Deze website wordt niet langer ondersteund in Internet Explorer. Update hier je browser voor een betere ervaring.

De overtocht | Finalist Het Rode Oor 2022

Uit 175 inzendingen selecteerde de jury negen teksten voor de finale van Het Rode Oor 2022. Van een risicovolle onderhandeling tot de bekendste Titanic-scène hertekend: negen uiteenlopende verhalen, geïnspireerd op favoriete personages, boeken, gedichten, muziek en films. Maar het échte onderwerp blijft ongewijzigd overeind: erotiek.
Door Bert Lesaffer op 10 okt 2022
Tekst
Podcast
Literatuur & taal
Het Rode Oor
© Charlotte Dumortier

Hieronder kan je De overtocht van Bert Lesaffer beluisteren of lezen. Het verhaal werd ingesproken door Rashif El Kaoui.

Wanneer we opstappen, zie ik dat ze niet gelukkig is, al draagt ze haar favoriete hoed. Ze houdt afstand van me, zoals ze altijd doet. Ik raak het reusachtige metaal aan. Koud en onwrikbaar. Het schip belooft een nieuw leven. Dat van ons noemt zij een nieuwe gevangenis. Met gelijk wie van de duizenden stakkerds op de kade zou ze willen ruilen, om iets van de hoop te voelen die ze lang geleden liet varen.


We hebben onze bagage nog maar uitgepakt en ze is de suite al ontsnapt. Telkens als zij op ontdekking gaat, overvalt mij de vraag wat zij denkt te vinden dat er niet al is.


Het wordt me duidelijk hoe groot het schip is wanneer ik haar probeer te vinden in de oneindige gangen en hallen. Hier kunnen echtgenoten zich een overtocht lang voor elkaar verstoppen. Ik merk haar rode krullen op in de grauwheid van vierde klasse. Ze zit bij een jongeman, ja hem. Zijn handen omklemmen een potlood en gaan over een blad papier. Ik raas met volle kracht op hen af, grijp het blad en sleep haar mee.


Die nacht voel ik de golven deinen in het bed. Zij ligt een paar meter verder, onder een laken op de sofa, en ze snurkt. Mij heeft de cognac nog niet in slaap gekregen. Ik vouw de tekening open en herken mijn eigen vrouw niet. Haar lippen zijn zo vol, haar haren wild en een blik die gekneed is door een vreemd verlangen. Ik sta op en ga naar buiten.


Op de boeg snijdt de ijskoude wind door mijn zijden pyjama. Daar waar slapeloze meeuwen hun beklag doen en motoren ronken als rusteloze harten, kijk ik de tragedie recht in de ogen. Een ijszee van eindeloze verplichtingen, waar enkel een verzande ziel onder ligt. Is dit wat zij elke dag ziet? Ik klim op de voorsteven. De golven schuimbekken en ik wil gehoorzamen aan de leegte die luider en luider roept. Tot de stem vlak achter mij weerklinkt en armen mij omringen. Ze grijpen en trekken mij dichter, zoals mijn moeder dat vroeger deed. Jij, ja jij, fluistert in mijn oor, over de briesende wind heen. Je zegt dat we ook naar boven kunnen kijken als we willen. We kunnen zelfs naar de sterren reizen. Ik huil en jij vraagt waarom. Je armen grijpen nog steviger wanneer ik niet onmiddellijk antwoord. Ik zeg sorry voor vandaag en jij zegt dat op zee alle schulden vervliegen.


Mijn voeten zinken in het rode vasttapijt van de gang. Wanneer het klappertanden stopt, vraag ik waar jij in het midden van de nacht op zoek naar was. Een feestje, antwoord je.


Ik vergeet dat we in vierde klasse zijn wanneer ik de muziek hoor en je mijn handen grijpt. De muziek weekt mijn voeten los en je gooit me door de ruimte. Mensen vangen me op, duwen me terug en roken verder. Het bier klotst uit onze glazen en onze ogen lossen elkaar niet wanneer we ze samen leegdrinken. Door de prikkende tranen heen merk ik het oceaanblauw van je ogen op. Ik zeg nogmaals sorry, deze keer voor de tekening. Ik maak wel een nieuwe, antwoord je, en deze keer van jou.


We hollen door de gangen en giechelen als de schoolmeisjes die ik me herinner van lang geleden. We komen twee oudjes tegen, hand in hand.


Zodra we de suite binnensluipen en haar gesnurk horen, zwijgen we. Je kijkt rond en neemt potlood en papier en wijst naar de sofa. Ik leg me zachtjes bij haar neer. Jij gaat op het bed zitten, waar de sterren licht werpen op jouw bleke gezicht. Je onderzoekt mij. Het potlood noteert de dans van je hand. Wanneer het snurken plots stopt, stop jij ook. Ik bevries en wil ontsnappen, maar opnieuw houden handen mij tegen. Haar tast is vol en warm. Jij merkt het op en zet je werk verder met een blos op de wangen. Mijn vingertippen raken de hare aan en ik kom huid tegen die ik nooit eerder heb gevoeld. Ze drukt zich tegen mij aan en warmt de laatste restjes kou van mijn lijf op. Je steekt het potlood achter je oor, legt het papier naast je neer en komt dichterbij, traag en stil. Je bestudeert het laken waar de bewegingen zich op afspelen. Je volgt de afdruk van haar hand, waar die ook naartoe gaat, en ik vloei mee. Je kijkt naar mij en glimlacht. We denken allebei aan wat kan gebeuren. Waar onze handen heen kunnen gaan en hoe de lakens zich vannacht nog zullen plooien. Welke warmte in de sofa kan kruipen en hoe we uiteindelijk in slaap zullen vallen. Waar we morgen verloren lopen. Wat we tegen elkaar zeggen wanneer het schip aankomt en we samen uitstappen.  
 

 

Inspiratie: Titanic

Bert Lesaffer

Bert Lesaffer studeerde psychologie, psychoanalyse en film en is actief als scenarist. 


Organisatie: deBuren, Stichting Nieuwe Helden, De Nieuwe Liefde, Hard//hoofd en The Writer's Guide (to the Galaxy). Het Rode Oor is onderdeel van het project Yes, please!, een initiatief van Stichting Nieuwe Helden.

Vertel het verder: