Vrije val

Geschreven door Anneleen Van Offel op 10 maart 2015

© Kristen Van UffelenAnneleen Van Offel schreef voor haar Master Woordkunst een roman die zich afspeelt in Israël. Nu ze is afgestudeerd, doet ze dat nogmaals. U mag maandelijks over haar schouder meelezen. Deze jonge schrijfster reist naar het land waarin gedanst wordt tussen twee dreigingen in en ze ontdekt wat het conflict in Israël ons over onszelf vertelt.

Foto © Kristen Van Uffelen

 

Vrije val

'Als ik recht in een wolkenloze hemel kijk, heb ik het gevoel dat ik val,' zegt mijn lief. We liggen op onze rug in het gras aan de voet van de Akropolis. We hebben het koude België ingeruild voor een koud Athene. Maar hier is de hemel zonder wolken, al is het maar omdat we het gevoel hebben weg te zijn. Mijn lief rilt.
      'Je hebt geen referentiepunt als je omhoog kijkt,' zegt hij.

      Uiteraard denk ik onmiddellijk aan mijn roman. Wanneer ik midden in een verhaal zit heeft de wereld plots de verrassende eigenschap om in alles te refereren aan het verhaal waaraan ik aan het schrijven ben. Het boek duikt op in achteloze opmerkingen van nietsvermoedende vrienden, in internetartikels over algengroei in de Zuid-Chinese zee, en in bijna elk kunstwerk dat ik tegenkom.

     Hoewel ik na twee jaar werken aan de roman behoorlijk ben ingelezen, herlees ik enkele belangrijke naslagwerken over Israël. De geschiedenis moest maar eens achter je rug veranderd zijn. Opnieuw gooi ik me in een eindeloze zee van informatie. Waar vind je een aanknopingspunt in een geschiedenis die volgens sommigen zeventig jaar oud is, volgens anderen honderdtwintig jaar, volgens nog anderen minstens tweeduizend; een geschiedenis die gaat van uitdrijving naar vervolging naar uitdrijving. Waar begin je met het begrijpen van een cultuur?

     Ik reisde al naar het land, had verschillende gesprekken met Israëli's en Palestijnen, interviewde joodse schrijvers en filmmakers. Soms lijkt hun wereld zich eindelijk voor me te ontsluiten, maar voor iedere deur die open gaat, gaat er een andere deur weer dicht.

     Ik schrijf in deze stukjes over beginnen aan een eerste roman, maar dat is dus in zekere mate fictie. Ik voltooide die eerste roman eigenlijk al in april vorig jaar. Die ligt netjes te gisten op mijn bureau en zal slechts als mest dienen voor boek twee, of hoe zeg je dat, boek anderhalf.
     Het was mijn literaire petemoei Jeroen Olyslaegers die me na twee jaar begeleiding op het hart drukte om hoger te grijpen. Het is geen slechte roman, maar geef je debuut pas vrij wanneer het echt goed is, zei hij me. Het heeft me veel tijd gekost om het werk van twee voltijdse jaren los te laten. Het staat haaks op ons idee dat iets waar tijd in gestoken werd, moet renderen. Soms is de enige opbrengst van een project de mogelijkheid om opnieuw te beginnen.

      Wat al zeker van die voorstudie overblijft in de nieuwe roman, is het hoofdpersonage. Al was het eerste wat ik vrijwel onmiddellijk wist, dat mijn liefste Immanuel in het nieuwe boek dood zou zijn, het hele verhaal lang. Alsof ik niet met frisse blik aan boek anderhalf kon beginnen zonder mijn belangrijkste darling te killen.
     En Israël, natuurlijk blijft de setting in Israël. Het land dat zichzelf te graag ziet en zichzelf zo vernietigt. De Israëlische journalist Ari Shavit schrijft in Mijn beloofde land over het slachtoffer dat veroveraar wordt, over de overgang van verdediging naar aanval. Na de Holocaust verhuisden de overlevenden massaal naar Israël, waar ze de identiteit terugkregen die ze verloren waren in de kampen. Ze kwamen er terecht in een land dat sinds de negentiende eeuw moerassen aan het droogleggen was, sinaasappelplantages cultiveerde, velden vrijmaakte van keien en rotsen.

     De gespierde, socialistische en zongebruinde jood in Palestina had geen boodschap aan het beeld van de grijze westerse jood die in zijn naïeve trouw aan Europa bijna het Jodendom verloren zag gaan. Israël keek naar de toekomst. Ben Gurion, eerste premier van Israël, zette enorme bouwprojecten op, industrialiseerde het land, duwde het in een ongeremde ontwikkeling. Hij wiste het verleden uit. Er werd niet over het trauma gepraat. De kinderen van de slachtoffers werden geboren in een land dat er alles aan deed om die ellende te overstijgen. Israël is een overwinning op Hitler, schrijft Ari Shavit.

     Maar de morele prijs om het falen achter zich te laten, is hoog. De enorme expansiedrang, het bouwen van nieuwe nederzettingen tegen het internationale recht in, zal onvermijdelijk leiden tot zelfvernietiging. Israël is niet alleen zijn morele krediet bij Europa kwijt, de kolonies verdelen het land ook van binnenuit. Het zal zijn vleugels schroeien aan de zon.

     Altijd hoger. Een gooi doen naar het onbereikbare. Opnieuw beginnen, opnieuw, opnieuw.

     Het heeft me bijna een jaar gekost om het eerste boek los te laten. Ik begin opnieuw aan de voet van de Akropolis. Alsof ik door van ruimte te veranderen ook een lijn kan trekken in de tijd. Hier begint iets nieuws, en dat kon nergens anders dan in Athene. De stad waar hybris en heropbouw hand in hand gaan. Vallen om weer op te kunnen staan.
     Ik kijk omhoog naar de Griekse lucht, staar in een grenzenloos en onpeilbaar oppervlak.
     'Heb jij dat gevoel ook?' Mijn lief wendt zijn blik van de hemel af en kijkt naar mij.
     Ik begin iets halfslachtig over Icarus, maar dan zwijg ik. Het is niet omdat je symbolisch bij de Grieken wil zijn wanneer je opnieuw begint te schrijven, dat je ermee moet gaan koketteren. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes. De zon breekt door.

 

Anneleen Van Offel

 

Benieuwd naar meer?

Lees alle vorige columns die Anneleen Van Offel schreef voor deBuren

Deel 1 - Beginnen in het donker
Deel 2 - Vrije val
Deel 3 - Een witte kamer
Deel 4 - Omweg
Deel 5 - Schrijfpijn (1)
Deel 6 - Schrijfpijn (2)
Deel 7 - Hier is alles veilig
Deel 8 - Raaf
Deel 9 - Een witte tuinstoel

www.anneleenvanoffel.be