Toespraak van Joke Schauvliege naar aanleiding van de heropening van deBuren

Geschreven door Joke Schauvliege op 4 september 2013



Geachte collega minister Timmermans,
Geachte directeur van der Brempt, beste Dorian
Dames en heren,

 

deBuren is terug thuis. In het centrum van Brussel, de stad, die zoveel van onze gemeenschappelijke geschiedenis in zich draagt, én tot op de dag van vandaag en nog ver in de toekomst een belangrijke rol speelt in ons politiek & economisch en – niet het minst – cultureel leven. Minister Timmermans, u kent deze stad goed en u komt hier heel graag. Misschien vooral als de Europeeër die u bent.

Wij trekken vandaag, samen, een streep onder het nomadisch bestaan van deBuren, met een grote ‘oef', ook al waren veel Brusselse buren genereus in hun gastvrijheid. Ik denk aan deMarkten, de Beursschouwburg en zelfs het Vlaams Parlement. Renoveren is ook altijd een beetje doodgaan maar als het resultaat meer dan geslaagd is, lonkt alleen nog de toekomst.

Dit gebouw is daar een symbool van, het illustreert door haar activiteiten en uitstraling dat Nederland en Vlaanderen beter doen dan het spreekwoord ‘beter een goede buur dan een verre vriend'. Wij zijn buren, partners en vrienden. Weg is de tijd toen Jeroen Brouwers schreef dat "Vlaanderens aandeel aan de culturele integratie Noord-Zuid" bestond "uit onstuitbaar en oeverloos gezanik over vermeende tekortgedaanheden", "uit zielig doen". Brouwers, nog iemand die zich jaren lang thuis voelde in Brussel, schreef dat 35 jaar geleden. Niet alleen het jaar dat de Nederlander Gerrie Knetemann wereldkampioen wielrennen werd op de Duitse Nürburgring, maar ook het jaar dat de VRT, toen nog BRT, met ‘Wie schrijft die blijft' uitgebreid auteurs kon interviewen en boeken kon bespreken. Gelukkig heeft onze culturele integratie sedertdien reuzenstappen gezet.

Nu vinden we elkaar als bondgenoten, niet alleen bij deBuren. Er is de Nederlandse Taalunie; er is de hernieuwde samenwerking in de CVN, die nu ook in dit gebouw onderdak heeft; en er is het bijzonder uitdagende en ambitieuze project om samen de Lage Landen te presenteren op de Frankfurter Buchmesse in 2016. Tegelijk geeft Vlaanderen met de Brakke Grond in Amsterdam – een "bijenkorf van cultureel verkeer", zoals Jozef Deleu (1981) ooit schreef – een opvallende toevoeging aan het culturele leven in Nederland. deBuren zal er meer dan ooit mee samenwerken.

Dames en heren,

Er zijn vele vormen van renovatie. Deze ochtend kon ik het voorstel voor een nieuw Kunstendecreet presenteren. Ook dat was aan dringende renovatie toe. Met het nieuwe Kunstendecreet willen we de ondersteuning van de kunsten gevoelig verbeteren en het beleid er rond actualiseren. Misschien is dit hier de plek en het moment om nog eens te benadrukken dat wij er in budgettair krappe tijden in geslaagd zijn 3,4 miljoen extra middelen voor het nieuwe Kunstendecreet vrij te maken.

Vlaanderen heeft de recentste decennia met zijn kunsten de wereld veroverd. In heel Europa en tot ver daarbuiten worden onze theaterstukken gespeeld, onze dansen uitgevoerd, onze films gepresenteerd, onze auteurs gelezen, onze strips uitgegeven, onze muziek gespeeld ... Wij bekleden daarmee, als een zeer kleine cultuurgemeenschap, een unieke plaats in de wereld. Ik merk dat er ook vanuit Nederland veel vraag is om deze expertise in de samenwerking in te zetten. Eerst en vooral moet de samenwerking die in het veld zelf tot stand komt, alle kansen krijgen. Ook de Brakke Grond zal daar met haar nieuwe missie een rol in spelen. En misschien moeten Nederland en Vlaanderen, nu hier Het Theaterfestival loopt, overwegen om de beide theaterfestivals te stimuleren nauwer samen te werken?

Dames en heren,

Drie jaar geleden bleek uit een doctoraatstudie over de verstaanbaarheidsstructuur van het Nederlandse taalgebied dat Vlamingen Nederlanders beter verstaan dan omgekeerd. Maar ik ben ervan overtuigd dat we onze taal in die mate delen dat Nederlanders Vlaamse woorden ook almaar meer begrijpen. Daarom zal iedereen wel weten wat ik bedoel als ik deBuren een plek voor curieuzeneuzen noem: voor iedereen die goesting heeft in kunst, literatuur, taal, erfgoed, politiek en filosofie, met vijftig tinten Vlaanderen of Nederland, immer vanuit een Europees perspectief.

Ik wil u, Dorian en uw ploeg, specifiek loven voor de actuele keuze van onderwerpen, onder andere over cultureel ondernemerschap, over hoe we ook vanuit cultuur en het cultuurbeleid op de economische krimp kunnen reageren. Maar jullie durven ook dieper in onze gedeelde geschiedenis te graven, met de lezingenreeks Verzwegen Verleden bijvoorbeeld. Die verfrissende eerlijkheid is ook een goede voorbereiding voor een ander toekomstproject: hoe we samen de Groote Oorlog kunnen herdenken, zodat we de generaties na ons blijven inprenten dat zoiets nooit meer mag gebeuren.

Dames en heren,

deBuren vandaag heeft haar plaats verworven. De ervaring uit bijna 10 jaar werking kan nu ten volle worden benut. deBuren hebben hun tijdelijk zwerversbestaan, zodanig ingevuld, dat ik ervan overtuigd ben dat ze zich niet zullen terugplooien in dit gebouw maar het zullen inzetten om de werking te verscherpen en te profileren. Naar mijn aanvoelen moeten we meer dan ooit inzetten op Europa, Vlaanderen en Nederland samen in & naar Europa. Vlaanderen en Nederland hebben hun samenwerking en die blijft in evolutie, ook door ze geregeld eens kritisch onder de loep te nemen. Of om Harry Mulisch te parafraseren: "Je moet je samenwerking (verleden) verzorgen zoals je ook je lichaam verzorgt: regelmatig schrobben, trainen en periodiek onderzoeken."

Europa is voor cultuur een terrein dat nog zoekt naar zijn belang en zijn evenwicht binnen de culturele dynamiek van de lidstaten. Daar kan onze expertise van samenwerking benut worden en, meer nog, is er ruimte om richting en identiteit te geven. Onder meer zo zie ik het cultureel samenwerkingsakkoord met de Franse Gemeenschap. Na vele jaren zijn mijn collega Fadila Laanan en ik erin geslaagd dit samenwerkingsakkoord af te sluiten. Dit heeft zijn grote betekenis uiteraard in ons land maar biedt perspectief om ook met de Franse Gemeenschap beter op de Europese uitdaging in te gaan.

Een Afrikaans spreekwoord zegt: "Als je snel wilt gaan, moet je alleen wandelen. Maar als je ver wilt geraken, moet je samen gaan."

Dat geldt voor Vlaanderen en Nederland. Samen hebben we pakken internationale ervaring en contacten, we moeten die aanwenden. Daarom is Europa voor deBuren één van de voornaamste opdrachten. Een opdracht die dit huis kan doen uitgroeien tot een begrip voor de internationale gemeenschap.

Dit ligt volledig in de lijn van jullie capaciteiten. Ik denk bijvoorbeeld aan de EU citybooks. Voor de verfrissende kruisbestuiving die ze brengen uit dichte en verre Europese regio's, verdient deBuren een stevige pluim. Arnon Grunberg haalde een vol huis met zijn avonturen in Lublin, waar ook Mauro (Pawlowski) een tijdje verbleef. Bernard Dewulf mijmerde uit Oostende en Saskia de Coster berichtte uit de Macedonische hoofdstad Skopje. Het project was tegelijk een goede binnenkomer voor Europese instellingen en smaakmakers.

Dames en heren,

Vlaanderen heeft een serieuze investering gedaan in dit gebouw. Niet voor een select gezelschap van enkele Vlaamse reuzen en Hollandse leeuwen, maar omdat we de samenwerking met Nederland waarderen, blijven waarderen en als goede vrienden regelmatig onze geloftes willen hernieuwen. En ook al bewonen buren in regel verschillende huizen, laat het Vlaams-Nederlands Huis deBuren niet zozeer een gebouw maar vooral een ‘woonst' zijn, waar Nederland en Vlaanderen gezamenlijk schoonheid scheppen, door van gedachten te wisselen en van mening te verschillen, door onderling ervaringen uit te wisselen en wederzijds begrip op te brengen, door samen te werken, en om te beginnen ... door elkaar te ontmoeten; deBuren als een poort tussen Noord en Zuid, een brug over Het ravijn tussen Essen en Roosendaal (Ludo Simons), een tref-plaats voor De adel van de geest (Rob Riemen). Dit vernieuwde huis kan die ambitie waarmaken. Ik wens jullie alle succes.

Joke Schauvliege
Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur & Cultuur