The medium is the message (no it isn't). Literatuur in tijden van internet

Geschreven door Matthijs de Ridder op 14 december 2010

Op 30 november jongstleden zou in het Letterenhuis een debat plaatsvinden over literatuur en het internet. 'Zou'... want wegens omstandigheden werd de avond afgelast. Als pleister op de wonde presenteren we u alsnog twee teksten: een inleiding op het thema door Matthijs de Ridder en een essay over Jeroen Mettes door Samuel Vriezen.

Er zijn weinig wijsgerige slogans over de moderne media die na een halve eeuw nog zoveel geldigheid lijken te hebben als Marshall McLuhans ‘the medium is the message’. Zeker in tijden van Facebook en Twitter zijn onze uitingen verlengstukken geworden van de media die we gebruiken om ze de wereld in te sturen. Gesteld in de derde persoon (‘Matthijs de Ridder zwoegt op een column over internet en literatuur, terwijl Charles Mingus op de achtergrond de Pithecanthropus Erectus gestalte geeft’) of beperkt tot 140 tekens (‘Een column gold ooit als een al te snel geformuleerde mening; kom daar nu nog maar eens om #vluchtigheidstweet’) bevestigen ze steeds weer de macht van de intermediair. Niet ik, maar de sociale netwerken bepalen de vorm van mijn uitingen en daarmee beïnvloeden ze ook de inhoud ervan. De communicatie komt immers deels tot stand omdat het medium er is. Met uitzondering van een enkele zonderling die met een spandoek op de markt gaat staan om te verkondigen dat het einde der tijden nabij is, zou zonder deze media niemand de behoefte hebben om zijn gedachtespinsels vrijelijk los te laten op een menigte.

Dat we ons de laatste jaren hebben overgegeven aan een bijzondere vorm van communicatie blijkt ook uit het feit dat we een heel nieuw vocabulaire nodig hebben om erover te kunnen praten. Via sociale media geuite mededelingen vallen niet eens meer te omschrijven als berichtjes of opinies. Door de opgedrongen vorm hebben ze zulke specifieke eigenschappen dat ze ‘statusupdates’ en ‘tweets’ moeten worden genoemd. En dat zijn termen die niet alleen naar de teksten verwijzen, maar ook naar de media die ze hebben verspreid. Het gaat zelfs nog verder. Het medium is hier immers niet ‘de krant’, ‘de telefoon’ of ‘de computer’. Nee, het medium is in deze gevallen een merk en dat zorgt ervoor dat alledaagse communicatie voor het eerst in de geschiedenis ook een vorm van reclame is geworden. Elke statusupdate fluistert Facebook, elke tweet kwettert Twitter.

Toch is er iets merkwaardigs aan de hand met deze nieuwe vormen van communicatie, vooral als ze worden gebruikt voor aloude fenomenen als literatuur. Hoewel Facebook, Twitter en zelfs het internet als geheel de voorwaarden van onze dagelijkse communicatie drastisch hebben gewijzigd, hebben deze media namelijk niet noodzakelijk een effect op de kunstvorm die zich al eeuwen bedient van het geschreven woord. Natuurlijk zijn er experimenten met sms-poëzie, bewegende (geïllustreerde) of interactieve poëzie (www.tonnusoosterhof.nl; www.digidicht.nl; www.paulbogaert.be), maar die experimenten zijn vaak even interessant als bijkomstig. Veel zogenaamde schermgedichten dicteren bijvoorbeeld alleen de leessnelheid, maar maken nauwelijks gebruik van de mogelijkheden om dubbelzinnigheden te genereren door de lezer te dwingen om verschillende tekstdelen in combinatie, of juist in afzondering te lezen. (Een uitzondering is Tonnus Oosterhof.) Bovendien blijft het overgrote deel van de teksten behoorlijk statisch. Het gaat doorgaans om filmpjes die de tekst – in beeld of geluid – als onveranderlijk object presenteren. Dat terwijl het internet, zeker ten tijde van web 2.0, interactiviteit voorschrijft.

De e-literatuur is een wereld in beweging, maar voorlopig is er nog geen literatuur die zich alleen maar bedient van de technische mogelijkheden van de computer. En er zijn ook weinig teksten die inspelen op, of louter functioneren binnen de sociale structuren van het internet. Auteurs verlangen immers nog altijd naar een heus boek, uitgegeven door een gerenommeerde uitgeverij, verkrijgbaar in de reguliere boekhandel. Ondanks blogs, YouTube, online tijdschriften en de self-publishing community, bestaat een tekst pas echt als hij in een boek belandt. Het geschreven woord weet zich vooralsnog niet te ontworstelen aan de aantrekkingskracht van het papier.

Dat is een opmerkelijke paradox. Hoewel het literaire leven zich tegenwoordig voor een groot deel online afspeelt – de literaire salons van weleer hebben zich bijvoorbeeld (deels) verplaatst naar Facebook – en ook dit ‘medium’ dus wel degelijk ‘the message’ blijkt te zijn, krijgt het medium het blijkbaar niet voor elkaar om een kunstvorm te veranderen. Misschien verwachten we wat dat betreft ook wel te veel van de technische vooruitgang. Bij elke innovatie wordt er wel ergens gepropageerd dat de nieuwe techniek het einde zal betekenen van deze of gene kunstvorm. Meestal is een dergelijke uitspraak even vluchtig als de opwinding die gepaard gaat met de introductie van het nieuwe snufje, zodat deze vormen van cultuurpessimisme, dan wel –optimisme uiteindelijk bijzonder weinig invloed hebben. Wie herinnert zich immers dat Julien Weverbergh ergens in de jaren zestig beweerde dat de literatuur moest vrezen voor zijn voortbestaan, omdat de komst van het cassettebandje alles definitief zou veranderen? We kunnen nu wel hooghartig beweren dat die toekomstverwachting ál te naïef was, maar wie verzekert ons dat we over veertig jaar niet precies hetzelfde zullen zeggen over het internet?

Er speelt echter nog iets anders. Er zit een grens aan de geldigheid van McLuhans slogan. Een medium dicteert namelijk alleen de complete boodschap als het medium zich in het centrum van de macht bevindt. Facebook en Twitter heersen met andere woorden alleen binnen de grenzen van hun eigen universum. Zodra deze media worden gebruikt om meer traditionele communicatiekanalen en machtsstructuren te bespelen, geldt het omgekeerde en bepaalt het (latente) verlangen om deel uit te maken van een elders bestaand systeem de boodschap.

Goede voorbeelden van dit verschijnsel zijn sites als De Contrabas en De Papieren Man. Hoewel beide sites waardevolle online fora zijn voor de literatuur en haar randverschijnselen, houden ze zich nauwelijks bezig met het eigen medium. Tekenend is het bijvoorbeeld dat De Contrabas behalve een online ballingsoord van waaruit met scherp wordt geschoten op de gevestigde orde, óók een klassieke uitgeverij is die poëzie drukt op tot pulp vermalen bomen, en dat De Papieren Man (nomen est omen) in de rubriek ‘Literair supplement’ wekelijks een overzicht geeft van wat er in de printmedia aan literatuurkritiek is verschenen. De meest bezochte online literatuurfora worden met andere woorden gedreven door een offline verlangen. Het omgekeerde zou je overigens – en voordat iemand gaat klagen over een gebrek aan zelfkritiek – kunnen zeggen over het platform voor literatuurkritiek De Reactor, dat de mogelijkheden van het internet ging verkennen vanuit een offline ergernis, maar evenmin het medium dat het heeft omarmd centraal stelt.

Literatuur speelt zich met andere woorden nog steeds voornamelijk af, daar waar zij zich sinds de economische verzelfstandiging van het literaire systeem (vanaf het eind van de negentiende eeuw) heeft afgespeeld: offline. En zolang we symbolisch kapitaal blijven toekennen aan de instanties die daarin een belangrijke rol spelen (uitgeverijen, kranten, tijdschriften), zal dat ook niet veranderen. Hoogstens zal een creatieve twitteraar worden uitgenodigd om een boek te maken, of zal de hipste onder de uitgeverijen ertoe overgaan om de verzamelde statussen van deze of gene Bekende Facebooker te publiceren. Veel verder zal de internetrevolutie in de literatuur voorlopig niet gaan. Ook een andere drager – het e-book – zal daar in eerste instantie niet zoveel aan veranderen.

Het wachten is op een invloedrijke generatie schrijvers die zich van de klassieke uitgeverijen, de boekhandels en het papier afwendt en via zelfbedachte structuren een nieuw publiek vindt. Alleen dan kunnen nieuwe media een nieuwe ‘message’ gaan bepalen. Tot die tijd zal de negentiende-eeuwse structuur van het boekenvak nog lang op de boodschap van de literatuur blijven wegen.

Matthijs de Ridder (1979) recenseerde onder meer voor oude media als De Standaard, yang, freespace Nieuwzuid en Ons Erfdeel. Maar ook voor nieuwe media als 8weekly en Kwadratuur. Hij is als literatuurwetenschapper verbonden aan de Universiteit Antwerpen, hij is redacteur van nY, mede-oprichter en redacteur van De Reactor en brengt de rest van zijn tijd door met het schrijven van boeken.

Reacties

Dirk van Bastelaere

re: The medium is the message (no it isn't). Literatuur in tijden van internet

Door Dirk van Bastelaere 15/12/10 (9 jaren geleden)

Fout panel samengeroepen? Even rondvragen, desnoods bij het VFL, wie écht met multimedialiteratuur bezig is en waarom die literatuur zo moeilijk van de grond komt. Een hint: gebrekkige marktkennis bij veld en overheid. Offertes voor een multimediaplatform tussen de 35.000 en de 130.000 euro. Multimedialiteratuur, literatuur dus die zich off the page, op het internet en in de community begeeft is erg duur, vanwege de developingkost en het gebrek aan specifieke technishce kennis bij vooralsnog traditionele auteurs. Er is in dit geval geen sprake van marktfalen, zoals bij de traditionele literatuur, maar van een zeer specifiek overheidsfalen binnen het discours waarvan bovenstaande tekst perfect past, al was het maar omdat precies de heikele kwesties van development & productiemethoden zedig werden omgaan.

Matthijs de Ridder

re: The medium is the message (no it isn't). Literatuur in tijden van internet

Door Matthijs de Ridder 15/12/10 (9 jaren geleden)

Klopt Dirk, maar over wat er (nog) niet is, kun je niet schrijven, wel? (Ok, kan wel, maar je weet wat ik bedoel.) Er staat dan ook dat het een wereld in beweging is. Voor de rest zijn we het eens, hoor. Het Fonds is ook zo'n instantie in het centrum. Een drastische wending in het discours zou dus een klein wonder zijn. Ik hoop niettemin met jou dat die er toch komt.

Flarf, In Nederland gelanceerd door De Contrabas, is dat wat als medium-eigen initiatief?

Jan: Flarf lijkt me in grote lijnen ook vallen onder Matthijs' voorbeeld; in Flarf wordt in feite het internet vertaald naar de vorm van een gedicht dat op papier verschijnt of zou kunnen verschijnen. En verdomd, wat deed De Contrabas? Een Flarf-bloemlezing uitbrengen! Zelfs de essays en voordrachten van Ton van 't Hof zijn nu in boekvorm verkrijgbaar.

De papieren (pun not intended) van De Contrabas op media-gebied worden m.i. sterker als je zou wijzen op de aangewakkerde discussies, zeker voorzover die soms doel op zich lijken te worden - bijvoorbeeld omdat ze (zoals Rutger Cornets de Groot wel eens heeft gesuggereerd) zelf een vorm van literatuur zijn.

PS deze site gelooft niet dat "http://www.xs4all.nl/~sqv" een geldig webadres is...

ja waarom niet: de debatten van het forum uitgeven als literaire teksten. Als theaterteksten dan. Of libretti. De forumgezangen... die dan weer uitgevoerd worden op allerlei podia.

Wat Flarf betreft: toch heeft Flarf zijn verdienste omdat het met het internetmedium aan de slag is gegaan. De papieren neerslag is een randverschijnsel.

Jan! NEE! Niet de debatten uitgeven! Dan wordt Matthijs' stelling wéér bewezen!!!

Overigens, misschien het sterkste voorbeeld van puur mediaal internet-schrijven dat ik ben tegengekomen is The Apostrophe Engine:

http://www.metafilter.com/72069/The-Apostrophe-Engine

De ironie wil dat het ding nu onder reconstructie is, er is dus alleen een statisch voorbeeld van het ding te lezen. Had dus net zo goed op papier gekund. Maar ze beloven dat hij terug gaat komen... eens...

(bron: http://www.poetryfoundation.org/harriet/2007/01/journal-day-five-2/)

en toch.... een opera gebaseerd op forum discussies...

Ja, dat lijkt me ook wel wat. Met loodzware expressionistische muziek en flink veel doden.

Matthijs de Ridder

re: The medium is the message (no it isn't). Literatuur in tijden van internet

Door Matthijs de Ridder 16/12/10 (9 jaren geleden)

Flarf is natuurlijk wel een interessant fenomeen, maar niet interessanter dan montageteksten die hun bronnen elders zoeken. Eigenlijk komt interactieve fictie (zie het artikel van Michel Vuijlsteke in nY7) dicht bij wat pure e-literatuur zou kunnen zijn. De verhaalstructuur is daar immers variabel. De lezer (speler) zoekt zelf zijn weg door het verhaal, of eigenlijk door het universum van het spel.

Overigens staat er in het stuk dat De Contrabas een waardevol online forum is (dat lijkt me geen leugen), maar het houdt zich bezig met de literatuur zoals we haar kennen. Dat is geen probleem, verre van, maar wel waar.

Komisch overigens dat wat een inleiding van een debatavond had moeten zijn, zoveel losmaakt. Zo zie je maar dat je een klassiek concept moeiteloos naar het internet kunt verplaatsen. Groot voordeel: iedereen kan meedoen. Maar is die verhoogde toegankelijkheid ook gelijk medium-specifiek? Dat is een vraag..

Laat ik ook eens wat zeggen hier. Kenmerkend voor literatuur op het internet vind ik
1) de aanklikbaarheid van termen
2) de aansprakelijkheid van termen
3) de actualiteit van termen

@1: Hyperlinks richten de leesbeweging. Het gevoelige woord. De muil. De afgrond. Voeren meestal weg van de tekst. Stijltip: spaarzaam gebruiken en met target="_blank".

@2: Tekst staat open voor reacties. Is geen zelfgenoegzaam en voldongen feit meer maar ontstaat aan de wereld.

@3: Paradox: tekst is definitief, onveranderlijk en altijd oproepbaar (dus aandachtig en bereid, ethisch) maar niet lapidair, dwingend, heilig of eeuwig. Je moet erbij zijn. Blogdiscussies van vorige maand zijn nu niet meer interessant. Het schrijven en het lezen speelt zich af in een open ruimte maar in een begrensde tijd.

"Flarf is natuurlijk wel een interessant fenomeen, maar niet interessanter dan montageteksten die hun bronnen elders zoeken."

Of flarf een interessanter fenomeen is dan andere montagetechnieken laat ik in het midden. Er is echter een belangrijk verschil met andere montagetechnieken en dat is dat de dichter, althans in eerste instantie, niet kan voorspellen welk materiaal hij verzamelt. Wanneer ik in de tekstbalk van een zoekmachine een woord intik, bijvoorbeeld 'asiel', dan kan ik niet voorspellen welk materiaal eruit zal komen. Ik bepaal de richting van de zoekopdracht, maar niet de resultaten. Dat is toch een wezenlijk verschil met een krant, waaruit je het materiaal ook (relatief) willekeurig kunt pikken, maar waaraan je niets kunt vragen.

Een ander verschil is nog ingrijpender. Wanneer ik een vertaalmachine gebruik, selecteer ik weliswaar het materiaal dat ik de machine voer (bijvoorbeeld een gedicht van Willem Kloos), maar heb vervolgens geen invloed op de taal die de machine mij terug zal geven. Een gedicht van Kloos dat vanuit het Nederlands naar het Engels is vertaald en via het Duits, Frans en Italiaans weer naar het Nederlands terugkeert, is een wezenlijk ander gedicht geworden.

'Ik' als 'dichter' mag vervolgens de eerste zijn die bewonderend toekijkt hoe de betekenis veranderd is. Soms gaat er dan betekenis uit het origineel verloren, altijd ontstaat er een andere betekenis en in de beste gevallen ontstaat er een gedicht dat op zichzelf goed is en dat nieuw licht werpt op het origineel.

Matthijs de Ridder

re: The medium is the message (no it isn't). Literatuur in tijden van internet

Door Matthijs de Ridder 16/12/10 (9 jaren geleden)

Natuurlijk zijn er wezenlijke verschillen tussen traditionele literatuur en flarf, maar het resultaat blijft een klassiek gedicht. Google is de hoge hoed van Tzara.

En het feit dat internet vluchtig is, zorgt er nu juist voor dat velen uiteindelijk toch verlangen naar een boek met eeuwigheidswaarde.

Aanklikbaarheid, actualiteit en toegankelijkheid zijn belangrijke nieuwe fenomenen die aan de literatuur (of de discussie daarover) zijn toegevoegd, maar maken ze ook wezenlijk deel uit van de kunstvorm? De blogdiscussie op zich is natuurlijk wel een nieuw soort genre (maar dan wel alleen als massalere, snellere, actuelere variant van het aloude debat). Mijn vraag blijft dus: waar is de echte internetliteratuur, de literatuur die niet los te koppelen valt van het medium? Er zijn plannen in de maak, dat weet ik. Het zou interessant zijn om te zien op welke manier nieuwe initiatieven het medium omarmen en op welke manier ze een stap verder zullen gaan dan flarf en digidicht.

Google is niet de hoge hoed van Tzara omdat Tzara die woorden zelf heeft uitgeknipt en in zijn hoed gedaan. Zo konden alleen woorden uit een bepaald artikel en uit een bepaalde krant in die hoed komen. Wie op Google zoekt, bepaalt weliswaar de zoekopdracht, maar heeft geen controle over het resultaat van die zoekopdracht en kan, desgewenst, ook de controle over de verwerking van de resultaten tot een gedicht grotendeels uit handen geven.

De krant schreeuwde ook altijd 'krant'. En nu misschien wel meer dan ooit. Media verwijten dat ze zichzelf op de voorgrond zetten is een oude overdrijvingstechniek, waarvan sommigen (in casu u, meneer de Ridder) vergeten dat het een overdrijving is. Hierdoor maakt u zichzelf belachelijk; de Contrabas in een betoog voor creatiever internetgebruik aanhalen als voorbeeld van hoe het niet moet is absurd. Voorbeelden van hoe het niet moet (inmiddels grotendeels uitgestorven) zijn de oude sites van kranten en universiteiten; zonder beleid online gezette kopieën van krant of promotiefolder., zonder interactief element. De Contrabas is een bona fide onlinetijdschrijft; binnen de Nederlandstalige poëzie excellent, verder adequaat. Niets meer, niets minder.
Leuk geschreven stuk trouwens, mooi cirkelgebruik van tweets e.d..

Misschien ging ik iets te weinig in op het betoog, en verzwakte aldus mijn eigen reactie; Wat ik bedoel te zeggen is dat online media als de Contrabas en de Papieren Man helemaal niet relevant zijn in een discussie over creatief internetgebruik. Ze doen wat ze doen moeten: snel, adequaat en klikbaar het literaire alledaagse verslaan. Daarin zijn ze niet zo goed dat ze een schoolvoorbeeld zijn, en niet zo slecht dat ze een schoolvoorbeeld zijn.
De 'papierverslaving' is een algemeen gegeven waar geen enkele literair verslaggever aan ontkomt. Dat er weinig gebruik wordt gemaakt van de nieuwe mogelijkheden is waar, maar meer te verwijten aan de scheppers in het centrum dan aan de verslaggevers in de periferie. Overigens ben ik het met Cornets eens dat een literaire tekst zich mag onttrekken aan de interactiviteit.
Uw betoog voor meer online creativiteit is me sympathiek, maar onderbouw het ajb scherper.

Matthijs de Ridder

re: The medium is the message (no it isn't). Literatuur in tijden van internet

Door Matthijs de Ridder 18/12/10 (9 jaren geleden)

Gelukkig blijkt de lijn tussen jezelf belachelijk maken en een sympathiek betoog opzetten behoorlijk dun te zijn. Als men goed leest, staat er nergens een kritiek te lezen op wat de contrabas, de papieren man en (vreemd dat niemand daar iets mee doet) de reactor. Het is geen probleem dat online fora en platformen zich op papier richten. Dat is zelfs heel nuttig. Maar wend u tot de contrabas en zie dat men er daar van overtuigd is dat ze het alfa en omega vertegenwoordigen van de online literatuur. En dat is niet alleen opmerkelijk, maar ook tekenend. Literatuur op het internet is (nog) niet écht bezig met literatuur op het internet. Meer staat er niet en meer wil ik voorlopig ook niet beweren. Een column is per slot van rekening geen studie.


Overigens ben ik zelf bijzonder verslaafd aan papier (en aan mijn e-reader).

Matthijs de Ridder

re: The medium is the message (no it isn't). Literatuur in tijden van internet

Door Matthijs de Ridder 18/12/10 (9 jaren geleden)

Het verschil tussen google en Tzara's hoge hoed is er, maar is vrees ik ook redelijk nominaal. Tzara schreef de krant ook niet zelf vol en knipte wellicht ook zomaar wat uit. Bottom line is echter dat je montage op duizend dingen kunt toepassen - en er interessante resultaten mee kunt bereiken - maar dat de techniek niet echt verandert. En ook dat is niet erg. Punt is dat ook Flarf gebruik maakt van een heel klein deel van de mogelijkheden van het internet.