Stilte voor de storm

Geschreven door Judith van der Wel op 3 maart 2014

deBuren en het Koninklijk Concertgebouworkest

De jonge schrijfster Judith van der Wel ging, met steun van deBuren, in 2013 op wereldtournee met het Koninklijk Concertgebouworkest. Het boek dat zij daarover schrijft, verschijnt in de loop van 2014 maar onze lezers krijgen nu al een klein voorproefje te lezen dat stamt uit de tijd dat Judith zelf nog niet ingewijd was in de intieme geheimen van het beste orkest ter wereld

Nu is het orkest nog een zwartgeklede massa. Ik ken niemand. Als ik in de grote zaal van het Concertgebouw zit, dwalen mijn ogen door een woud van violen. Eerste violen, tweede violen, altviolen. Het oranjebruine hout gaat over in een donkerder bos van cello's en contrabassen. De contrabassen, compleet uitgeholde boomstammen, worden als grommende monsters omarmd en getemd. Achter dat bos blikkeren lichtjes in de kleppen en bekers van de houtblazers. Als zij soleren, spelen zij al even romantisch, met wiegend bovenlichaam of hoog opgetrokken wenkbrauwen. De koperblazers daarentegen zetten ingehouden en strak hun noten neer. Ik zie hoe de trombonisten hun ‘schuiftrompet' met statische bewegingen langer en korter maken. Ook de trompettisten blijven in de plooi, alsof zij nog altijd de herauten van het orkest zijn. Misschien zijn de slagwerkers daarom achter hen gaan zitten. Vanaf hun verhoging torenen zij als koningen boven het orkest uit. Zij kijken recht in de ogen van de dirigent en geven vol overtuiging het tempo van de muziek aan. Er is echter één orkestlid dat de slagwerkers uitlacht. ‘Als jullie de koningen zijn,' grijnst de harpiste, ‘dan ben ik de koningin!'

Ik kijk naar al die verschillende musici in het zwart. Alle strijkstokken gaan dezelfde kant op. De blazers halen op hetzelfde moment adem. De orkestleden functioneren als een organisch geheel, maar wie zijn zij als individu? Hebben zij iets met elkaar gemeen behalve hun liefde voor muziek? Hoe werken zij samen? Bestaat er een hiërarchie binnen het orkest? Dit jaar zal ik het orkest leren kennen tijdens hun wereldtournee ter ere van hun 125-jarig jubileum. Geen enkel ander orkest in de wereld heeft eerder zo'n grote tournee gemaakt. Het Concertgebouworkest zal op zeven reizen alle continenten bezoeken, ook Afrika en Australië waar het nog nooit is geweest. De langste tournee duurt maar liefst een maand. Stel je voor: een maand lang presteren op topniveau en optrekken met je collega's, vrijwel los van het thuisfront. Ik vraag me af hoe de orkestleden dat zullen doen.

Op de tournees zal ik meegaan om de verschillende stemmingen in de muziek en in het orkest te beluisteren. Sommige van die stemmingen zullen emotioneel beladen zijn, zoals plezier, rouw of woede. Andere worden beteugeld door het verstand, zoals beheersing, discipline en ironie. In weer andere komt de groepsdynamiek naar voren, zoals in vertrouwdheid en macht, of domineert het lichaam als instrument, zoals bij zenuwen. Die stemmingen volgen elkaar op zoals ze elkaar opvolgen in een muziekstuk. Soms vloeien ze in elkaar over, soms botsen ze. Muziek volgt daarmee de logica van de menselijke geest, die ook van de ene in de andere emotionele toestand tuimelt.

 

>> Lees ook het interview met Kris Defoort over zijn nieuw orkestwerk voor het Koninklijk Concertgebouworkest: Human Voices Only.