Speech Battle II: tips, tricks & feedback

Geschreven door Renée Broekmeulen en Nathalie Milio op 31 maart 2015

Op 25 maart werd David Verdeure in een afgeladen beurskafee verkozen door het publiek tot de beste speechschrijver van 2015. De speechschrijvers Renée Broekmeulen en Nathalie Milio selecteerden uit de vele inzendingen de drie beste speeches die tijdens de avond werden voorgedragen door Valentijn Dhaenens. In hun verslag geven Broekmeulen en Milio niet alleen feedback op de speeches van de drie finalisten. Tegelijkertijd geven ze ook handige tips voor het schrijven van een goede speech. Benieuwd? Lees hier over de zeven kenmerken van een overtuigende toespraak.

Uit alle overigens erg verdienstelijke inzendingen van vaak erg jonge kandidaten (Emma Linders, etc.), koos de professionele jury onder leiding van Renée Broekmeulen en Nathalie Milio met overtuiging voor de speeches van onderstaande laureaten. Meer nog dan andere toespraken slaagden de schrijvers erin om hun tekst in uitmuntende of zeer goede mate af te stemmen op de zeven kenmerken van een overtuigende speech:

1) past bij het publiek,
2) past bij de spreker,
3) heeft een duidelijke boodschap,
4) is in spreektaal in plaats van in schrijftaal,
5) is concreet in plaats van abstract,
6) heeft een hoorbare structuur en
7) heeft stijl en aantrekkingskracht.

De andere teksten voldeden vaak niet aan die criteria. Vaak werd er gezondigd tegen het principe van 'ethos', was er sprake van een te uitleggerige stijl of te lange zinnen of onvoldoende concretiseringen.

1. Thomas Hart: Onze eerste, jeugdige laureaat schreef een tekst die er met kop en schouders bovenuit steekt. Hij begint met een mooie verhalende opening en keuze voor een duidelijk, centraal thema en dus rode draad die tijdens de toespraak verschillende keren wordt herhaald. Het terugkerende beeld van de memorabele ontmoeting tussen Franciscus van Assisi en de toenmalige sultan van Egypte, Al-Malik al-Kamil gidst ons zo niet alleen door de tekst die overigens een fraaie logische opbouw heeft (van vroeger naar nu 'vandaag' en van 'vandaag' naar 'vroeger' en 'morgen'), maar knoopt ook mooi aan bij de figuur van de spreker die naar zijn illustere voorganger werd vernoemd. Die opbouw en structuur worden nog ondersteund door een andere rode draad, die van de minaretten (oproepen tot samenkomst, bezinning en gebed (opnieuw een mooie drieslag), deuren (wijd openstaan voor alle bezoekers) en mensen (harten openstellen voor de verdwaalde broeders en zusters en ze een plek geven om zich veilig te voelen en groot te groeien). Ook dat is een fraaie drieslag! Daarmee brengt Thomas een speech met een duidelijke boodschap en hoorbare structuur en respecteert hij tegelijk alle toehoorders uit het publiek zonder te direct of beledigend te worden (wat bij andere inzendingen wel vaak het geval is). De tekst heeft overigens ook een erg mooi en sterk slot: het beeld van de ontmoeting komt hier terug wat de cirkel mooi rond maakt. De beeldspraak op het einde als zou de nieuwe moskee een welkome bloemknop zijn in de verdorde woestijn die kan uitgroeien tot een oase van vrede, is prachtig en bewijst dat stijl en aantrekkingskracht duidelijk aanwezig zijn in deze tekst.

2. David Vandeure: Deze speech belicht aan de hand van mooie metaforen en beelden een interessante en heel andere invalshoek: de rol van het moskeegebouw in de drukte van de stad die als een oase van rust (‘adempauze voor de moderniteit, ‘kompas voor de verdwaalde stedeling en een ‘oase voor dorstige stadsmensen') haar voorbijgangers en bezoekers aanmaant om halt te houden en stil te staan bij haar betekenis. Korte, krachtige zinnen met symbolische waarde die vaak ook fungeren als rode draad doorheen de toespraak: ‘want wat ons bindt is sterker dan wat ons verdeelt', ‘urbi et orbi', ‘de stad is de wereld', ‘de stad is een ark',... Deze tekst slaagt er als geen ander in om de boodschap van de speech te vangen in een verhaal: ‘In de straten van Brussel loop je van Mekka naar Jeruzalem, van Rome naar Medina.' En ‘ Daarom moet een hedendaags geloof een stedelijk geloof zijn'. ‘Willen we van de wereld zijn, dan moeten we in de stad zijn.' David is in zijn toespraak ook niet ongevoelig voor ritme, melodie en een enkele keer het rijm: ‘Want in gelovig vastgoed krijgt het geloof vaste voet' en ook een enkele alliteratie: ‘gelovige gekte'. De speech belicht ook een mooie tegenstelling tussen gelovigen die moskeeën en synagogen, kerken en kapellen bezoeken en de twijfelden stedelingen. ‘Ze willen geen...geen...geen.. ‘ maar er is ‘wel nood aan een architect die bouwt met mensen'. Hele mooie metafoor ook van het ideaalbeeld dat nodig is: ‘gisteren was dat nog uit wolken, vandaag ook uit mortel', ‘gelovige clowns die dansen op de slappe koord van onze overtuigingen'. Vooral dat laatste, haast saltimbaneske thema van de straatkunstenaar/ clown die voorbijgangers probeert te ontroeren met een glimlach en een traan en David doet besluiten dat ‘het geloof een circus is'. Dat is een erg gewaagde vergelijking: die de veelbelovende opbouw van de toespraak en de zorgvuldige gekozen stijl abrupt afbreekt:' Joden zijn jongleurs', ‘Christenen temmen de macht door koppig hun kop in de leeuwenmuil te steken' en ‘moslims rijden rondjes op de rug van een olifant'. Het zijn stuk voor stuk vergelijkingen die in deze context niet gepast zijn, fout overkomen en zorgen voor een radicale stijlbreuk waarop nogal wat toehoorders afhaken. Het beeld van de nietszeggende en glimlachende paus Franciscus die het spreekgestoelte verlaat kan geïnterpreteerd worden als een goede vondst maar is al bij al ook wat ontgoochelend.

3. Marianne van Boxelaere: Haar tekst bevat hele mooie opsommingen en concretiseringen die de tekst ritme geven: 'een schaapherder uit Burkina Faso en een zakenvrouw in New York'. We worden getrakteerd op een mooi rondje geschiedenis: van de loopgaven in Vlaanderen, de gaskamers in Auschwitz, het apartheidssysteem in ZA, het etnische conflict in Congo, de etnische slachtingen in Srebrenica, over Breyvik tot Irak en Syrië. Deze speech bevat ook een duidelijke centrale boodschap over radicalisering die intrinsiek niets te maken heeft met religie maar alles met de menselijke natuur. 'Elke mens kiest zijn eigen weg in de zoektocht naar zingeving', zo luidt het. De tekst bevat ook mooie drieslagen: 'Samen bouwen met steen, mortel en vlijt', 'Met hem, met elkaar en met God'. Reden van bouw moskee: verbinden en verdraagzaamheid verkondigen, troost te brengen in moeilijke tijden en om het leven te huldigen in al zijn schoonheid en pracht. Sterke intertekstualiteit naar Willem Elsschot: 'Vergeet niet dat tussen een daad en het Heilige Schrift de mens staat' en naar Primo Levi: 'Alleen een mens kan...'. Het verrassende slot met de anekdote van Pater Frans sluit verder goed aan bij het thema van de toespraak.