No Man's Land (4/5) + Geen minuut meer cadeau + Ongepubliceerde gedichten (1-3)

Geschreven door Didi de Paris, Yves Petry en Kamiel Vanhole op 3 september 2009

Op 12 juni 2008 overleed Kamiel Vanhole en op 31 augustus 2008 verliet Jean-Marie Berckmans zijn stoffige en stoffelijke wereld. Als hommage aan deze twee bijzondere schrijvers, plaatst deBuren een vijfdelig eerbetoon online, geschreven door Didi de Paris. Daarnaast bieden wij u telkens een bijzonder presentje aan. Onder deel 4: 'Geen minuut meer cadeau', een huldeblijk aan Kamiel Vanhole door Yves Petry én drie ongepubliceerde gedichten van de meester zelve.

 

No Man's Land (4/5)

Bij Berckmans vloeien fictie en realiteit door elkaar. De autobiografische elementen zijn slechts te decoderen door de incrowd, de intimi, diegenen die er zelf bij waren – Bij geen ander auteur als bij Berckmans viel het leven op zo een gruwelijke manier samen met zijn oeuvre.  Realistische scenes worden afgewisseld door non-figuratieve passages waar vaak niets anders meer te horen is dan het zingen van de naakte taal. Berckmans’ oeuvre staat bol van de autobiografische verwijzingen. Reportages uit zijn universum. Het heeft de grootte van een postzegel. Geen geloof in het woord, het verhaal wordt herleid tot het nulpunt. De ruis omtoveren tot pure muziek. In dat compositorisch spel is geen dienende, opbouwende, constructieve  rol weggelegd voor de eruditie. Culturele belezenheid of het nu om verwijzingen naar Max Frisch, of naar de componist Ligeti gaat, of een alluderen op Samuel Beckett, het zijn slechts stukjes in het klanktapijt, pixels van het beeld.

Van zijn gigantische culturele belezenheid toont Berckmans slechts het topje van de ijsberg, sporadisch brokstukken op het tapijt, scherven van zijn eigen spiegelbeeld. Bij Berckmans wordt er niets opgebouwd. De restanten van een belezen verleden liggen op de grond, tussen de glasscherven en de keutels van het hondje Charlowie.

En onverminderd toetert  Pafke verder. De heraut van het verval. Presentator van de slechtnieuwsshow. Berckmans: Gaston zonder Leo. De gebeten hond, de dolle hond, de boodschapper van de overkant, de Grauwzone, de armoezaaiers en pierennaaiers. Even getrouw als frenetiek doet hij kond van het leven in het vuil. Het staat allemaal netjes opgeschreven in de annalen van de goot. En wordt door de auteur voorzien van een oranje sticker.

Schijnbaar ver weg van de politiek, zit uitgerekend hij, niet met zijn gat in de boter, maar recht in de miserie, niet alleen op woensdag, maar alle dagen in de as, in het midden van de politiek. Tussen diegenen die uit de boot gevallen zijn. De havelozen en de lavelozen en de radelozen. JMH Berckmans is een oeuvre opgebouwd rond verval. Net zoals bij John Coltrane worden de klanken al maar zotter en zotter en zotter…

Ook Kamiel was behoorlijk radicaal. Er was het brievenboek met Charles Ducal over opgang van extreemrechts, er was het opstarten van Bombspotting, het jureren voor Kleur de kunst (Kifkif). In schril contrast tot onze Raaf Berckmans, geloofde Kamiel in de mens, in vooruitgang,  het woord, de verhalen...

Kamiel nam afscheid van ons met de verhalenbundel De Spoorzoeker. Hierin boekstaaft hij alles terwijl hijzelf psychisch twaalf jaar blijft. Zoals Oskarchen uit Die Blechtrommel. Niet uit protest, maar uit verlangen. Hij reist de halve wereld af, maar of hij nu oog in oog staat met een koninkrijk van schreeuwende stenen in Armenië of in Sterrebeek, altijd duiken passages op zoals: ‘En ook zij heeft haar mooiste zondagse jurk aan, een lang kleed met een zijige glans, zodat ik heel even weer twaalf ben en daar m’n eigen gouden mama zie staan, met m’n vierjarig broertje in haar armen.’ De Spoorzoeker is een boek over thuiskomen. Op het einde is hij weer in zijn kinderlijk Arcadië, Het Verloren Paradijs, Sterrebeek, ‘een Brabants boerendorp dat als een warme handschoen aanvoelde.’ Het kind weet zich geborgen en gekoesterd in een cocon van regelmaat. Het is vier uur, en alles is rustig. De kaffei es geried.

P.S: Overigens ben ik van mening dat de NAVO afgeschaft moet worden. www.vredesactie.be

Didi de Paris
(foto © Kris Verdonck)


Geen minuut meer cadeau

Er was naar mijn inschatting weinig reden om te vrezen dat de laatste gelegenheid waarop ik Kamiel ontmoette – de boekpresentatie van De spoorzoeker in april vorig jaar – ook daadwerkelijk en voor alle eeuwigheid de laatste keer zou zijn. Hij was zichtbaar ingenomen met de verschijning van zijn boek, sprak van plannen voor een volgend boek en maakte, hoewel getekend door zijn ziekte, een opgewekte, zelfs optimistische indruk. Natuurlijk wist ik uit een eerder gesprek, waarin hij me het slechte nieuws had meegedeeld, dat hij zijn toekomst realistisch onder ogen zag. Maar dat realisme scheen hem niet wanhopig te stemmen. Hij ontleende er zelfs, zei hij, een nieuwsoortig gevoel van intensiteit aan. Elke dag, elk uur, elke minuut was een geschenk. Het moet dat gevoel zijn geweest dat hem op het gezicht stond af te lezen tijdens die boekpresentatie.

In het exemplaar dat ik door hem liet signeren, schrijft hij te hopen dat hij en ik ooit nog eens een nummer van een literair tijdschrift zouden kunnen samenstellen. Dat hadden we al eens eerder gedaan voor DW B, toen we samen de aflevering verzorgden die gewijd was aan het thema ‘Wetenschap en Literatuur’ (DW B 2/2006)  en  waarvoor Kamiel de titel ‘Het lied en de wetten’ had bedacht. Ik had hem daarvoor al een paar keer ontmoet in het circuit van de Vlaamse Letteren, maar pas deze samenwerking leidde tot een nadere persoonlijke kennismaking. En ja, geheel in overeenstemming met diegenen die hem nog veel beter hebben gekend, kan ik alleen maar beamen dat ook ik Kamiel heb leren kennen als een opmerkelijk tactvol, luistervaardig en zelfs luistergretig karakter, hetgeen geenszins een verrassende scherpzinnigheid uitsloot. Er was iets onverwoestbaar moreels aan Kamiel. Enig sarcasme was hem niet vreemd, maar cynisme, echt hartgrondig cynisme, leek onverenigbaar met zijn wezen. Daarvoor was er te veel tederheid en liefde die hem aan het leven bond, en aan de literatuur. Hij scheen zich nooit als een vijand, maar slechts als een vriend te kunnen vastbijten in mensen en dingen en woorden. Ik denk dat hij mogelijk iemand was die ook in tijden van nood en ontbinding en sauve-qui-peut niet het besef zou verliezen dat leven veel belangrijker is dan puur overleven.

Ik heb intussen De spoorzoeker, of toch bepaalde verhalen eruit, twee keer gelezen. De eerste keer dacht ik bij sommige passages dat dit toch wel zijn beste boek tot hiertoe was, en dat ik hem dat moest schrijven. Maar ik stelde het steeds weer uit, ook al omdat ik mijn lof liever bewaarde voor een volgende lijfelijke ontmoeting. Ik kon me heel goed zijn jongensachtige mimiek van plezier voorstellen naar aanleiding van zo’n compliment, zelfs al zou hij het niet helemaal met me eens geweest zijn. De tweede keer kon ik alleen nog maar betreuren dat ik de eerste keer zo laks was geweest. Dat ik hem daardoor nooit zou kunnen complimenteren met zijn heldere stijl en zijn rake observaties. Of met de heel karakteristieke mix van precisie en emotie waarmee hij de beschreven situatie benadert. Elk onderwerp dat hij behandelt lijkt te zweven op een laag van onuitgesproken mededogen, als wil hij het behoeden voor een val in de liefdeloze alwetendheid. Is dat een kwestie van temperament, van morele wijsheid, of van literaire keuze? Zoiets had ik hem bijvoorbeeld graag willen vragen. Maar ik had gewoonweg niet voorzien dat hij zo plots al geen dag, geen uur, zelfs geen minuut meer cadeau zou krijgen.

Yves Petry


Ongepubliceerde gedichten (1-3)

Kamiel was actief in vele literaire genres. Hij mocht zich met recht en reden romancier noemen, toneelschrijver en striptekenaar. Wat waarschijnlijk minder mensen weten: Kamiel schreef ook poëzie.

Van zijn geliefde  Agnès van Emelen kregen wij vijf nog ongepubliceerde gedichten tot onze beschikking. Met gepaste trots presenteren we vandaag de eerste drie: het gedicht 'Tranen' en twee titelloze  gedichten. Daarnaast kregen we van haar ook de foto die u hiernaast kunt zien. Hij is gemaakt door Kamiels jongste dochter, Anna Vanhole, en was Kamiel bijzonder dierbaar.


Tranen

Je wist dat ik mijn schrik kon paaien
met letters, die m’n hand in
lichterlaaie moesten zetten.
dat mij geen hart beschoren was om

jou te slaan en dan
verwonderd de striemen te likken.
Je wist het
en je wou

Ze klommen gedurig, ze welden vermoeid,
ze gingen met porto gepaard.
Ze kropten zich op, ze lieten een spoor:
je slikte ze vierkant weer in.


Titelloos (1)*

En jij, die ik mijn vrouw mag noemen
& feeks en minnares, met handen
rauw van ’t wassen
waar ik dan soms plots naar tast
aanhalig, midden in de nacht
zodat we allebei nadien onrustig slapen

Jij hebt alleen nog weet van tijd
en hoe die blauw als regen is
of bleek van ’t stof dat zich
om jou verzamelt, op mond
en schouders en in de kleine gave wond
die ik jouw onrust noem

Maar hoe ik ook mag strelen
het stof dat komt en blijft en dwarrelt om ons heen
Men zou ons moeten dekken, liefste
als oud, verschoten meubilair
Men zou ons nooit verlaten mogen


Titelloos (2)*

Op schrikkelbenen zwart en hoog
rept hij tussen plassen, spiegels
van een wazig uitgedroog-
de stad vol mist en tegels.

Zijn naam is Kwarten, schoenmaat 4.
Hij lijkt dan ook een mottig dier
dat graag op mollenfeesten danst
en vlijtig met de wormen schranst.

Schrijlings gevleid op een blinde kameel
kan je hem ’s nachts zien rond-
stommelen, besmet met het brakke geel
van straatlantaarns. Aan zijn kont

rammelt een ketting. Broos
en ernstig als een kind neuriet
hij een zielig oud lied
dat stinkt naar haaruitval en roos.

Kamiel Vanhole
(foto © Anna Vanhole)


* Omwille van de helderheid heeft deBuren de titels 'Titelloos (1)' en 'Titelloos (2)' toevegoegd. Deze titels maken geen deel uit van de gedichten.