Komrij en kwel

Geschreven door Vitalski op 15 april 2011

Voor de onderstaande uiteenzetting vindt Vitalski uitzonderlijk aansluiting bij zijn vorige reeks columns voor deBuren, die zich toespitste op diverse literaire vijandschappen. Aanleiding vandaag is de voorbije Nacht van de Poëzie op 2 april 2011 in de Gentse Vooruit. De organisatoren Michaël Vandebril en Guido Lauwaert hadden gehoopt op een zekere rel, al was het maar voor de publiciteit. Na het evenement kwamen zowel de critici Marc Reynebeau als Dirk Leyman in respectievelijk De Standaard en De Morgen tot de slotsom dat zo'n rel is uitgebleven. Een oordeel dat hier nu even in vraag wordt gesteld.

De meeste ruzies tussen schrijvers onderling zijn een storm in een glas water. In het twee jaar geleden verschenen Dagboek van een Dichter van Leonard Nolens vind je daarop een uitzondering terug, adembenemend juist omdat Nolens maar zelden de strijdbijl opgraaft. In juni 1998 levert Komrij openlijk kritiek op Nolens' manier van voordragen, en dat kan Nolens niet verkroppen. Na Komrij een beetje onheus te hebben gedenigreerd als bloemlezer, legt hij zijn criticaster, die hij in gedachten al op diens sterfbed ziet liggen, a priori de volgende woorden in de mond: 'Ik die mij schaam dat ik leef, ik heb talloos veel mensen het leven vergald.' En daar voegt Nolens eerlijk aan toe: 'Ook het mijne vandaag. Dat geef ik u na.'

Het kan nog erger. Zie daarvoor het Geheim Dagboek van Hans Warren uit 2001, een dagboek dat, met Warrens toen naderende dood in het vooruitzicht, spannender leest dan een doorsnee dagboek. Op 13 september krijgt Warren van zijn vriend Komrij een vernietigende recensie in het NRC Handelsblad onder ogen. Warren noteert: 'Ik kreeg meteen weer de helse buikpijn van enige dagen geleden en die duurt nog steeds voort.' In het nawoord houdt Warrens levensgezel Mario Molegraaf de markies uit Portugal verantwoordelijk voor Warrens dodelijk geëxplodeerde buikgezwel: 'Het heeft misschien iets te maken met de wraakactie van Gerrit Komrij in de krant van vorige week donderdag.'

De voorbije 'Nacht van de Poëzie' hadden de meeste persmuskieten ingezet op een aanvaring tussen Komrij en van Bastelaere. Het weliswaar historisch sterke, lange gedicht 'Pornschlegel' van laatstgenoemde, kreeg een wat lullige bijklank toen Komrij het nochtans sinds lang publieke geheim bekendmaakte van Van Bastelaeres carrière als pornoacteur. De betere speculant doorzag de gezapige grondslag van dit perikel en hoopte misschien eerder op een botsing tussen Komrij en Barnard. Op facebook definieerde Komrij de extremistische moslimgroep Sharia for Belgium, die Barnard naar het leven staat, als een bende ongevaarlijke snotneuzen, terwijl Barnard, in Knack, Komrijs vorm van homoseksualiteit kleinburgerlijk en seksueel racistisch noemde, verwant aan apartheid.

Tussendoor misschien even aanstippen dat de reputatie van 'De Nacht van de Poëzie' als een combattieve bijeenkomst enigszins overtrokken is. In 1980 sprong een toen nog onbekende Kamagurka het podium op om Paul Snoek lastig te vallen, maar de betekenis daarvan dringt pas ten vroegste een decennium later tot ons door. Was er ditmaal een onbekend performer bij pakweg Ramsey Nasr op schoot geklauterd, dan zou dat nu meteen ten ergste als gênant zijn bestempeld. Vinkenoog en Reve maakten wel eens ruzie op 'De Nacht', maar zeker niet zo erg als op het dichtersfestival in De Harmonie in Leeuwarden in 1967: in de Reve-biografie van Nop Maas kan je de foto zien waarop Reve Vinkenoog zo hard in zijn kruis trapt dat laatstgenoemde letterlijk met beide voeten van de grond wordt opgelicht.

Maar zelf zag ik dus uit naar een robbertje tussen Komrij en Nolens. De twee grootvizieren stonden vlak na elkaar geprogrammeerd, niet in de grote zaal maar in de Grenier d'Antiquités, waar sowieso wondere dingen gebeuren: nadien, op 8 april, vermeldde De Standaard dat je daar ene Remco Campert kon bewonderen, terwijl die Campert er in waarheid verstek liet gaan. Maar helaas, beste lezers: in zijn dagboeken kun je natrekken met hoeveel tegenzin de uiterst schuwe Nolens op lezingen verschijnt. Komrij zat braaf op hem te wachten, maar Nolens daagde niet op. Tot ondergetekende fluisterde Komrij minzaam: 'Wat niemand zich ooit afvraagt, is hoe ik mij hierbij voel.'

En toch, toch was er ruzie. De twee beroemdste huwelijken van België zijn dat van ex-premier Martens met politiek collega Miet Smet, waarover nooit wordt gesproken (in Martens' duizend pagina's tellende autobiografie amper één keer), en voorts dat van sterzanger Helmut Lotti, de Vlaamse Borsato, met de literaire recensente Jelle Van Riet, waarover permanent wordt gesproken (al was het maar door Jelle Van Riet zelf.) 's Avonds laat nam Jelle Lotti, voor een babbel en een drink, mee naar de backstage van De Vooruit. En ziedaar: Helmut Lotti was niet voorzien van het vereiste, lichtgevende polsbandje, zodat hij – net als de auteur Bart Van Loo en de acteur Simon van Buyten – met zachte hand door de organisatie uit de backstage werd weggestuurd.

 

Reacties

Serge Baeken

re: Komrij en kwel

Door Serge Baeken 20/04/11 (8 jaren geleden)

Reve Vinkenoog

http://www.frieslandzoalshetwas.nl/afbeeldingen/oktober%201967/opdevuist.jpg

Gerelateerd

Archief

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Volg onze RSS feeds of abonneer je op onze seizoensbrochure.