Een commentaar op deze tijd in tien strofen

Geschreven door Dorian van der Brempt op 7 april 2014

Met meer dan 80 gingen ze aan tafel in de Brakke Grond, 'The Creative Underclass' die de dialoog aanging over het verzilveren van hun creativiteit. Dit is de lezing van Dorian van der Brempt, directeur van deBuren.

Het thema van de dag, het verzilveren van creativiteit, werd gekozen vanuit bezorgdheid. De crisiskreet wordt steeds vaker gehoord maar wat betekent hij specifiek voor kunstenaars en andere beoefenaars van creatieve beroepen? Wij kijken naar onze tijd en wat deze kenmerkt. Wij zoeken naar ‘gepersonaliseerde' oplossingen, niet naar ‘industriële', globale oplossingen. Een commentaar op deze tijd in tien strofen.

1.
Wat is industrie? Wat betekent creatieve industrie? Over de negentiende eeuw spreken wij in termen van een industriële revolutie. Het productieproces wordt versneld, handweven wordt machineweven. Mensen willen steeds meer en steeds sneller maken en distribueren om meer te verkopen en sneller rijk te worden. Landbouw was een activiteit waarin de natuur en de seizoenen het ritme bepaalden. Na de uitvinding van de stoommachine en alle toegepaste machines die volgden werden we steeds minder afhankelijk van de ritmische maar soms ook onvoorspelbare natuur. In extreme vorm heeft dit geleid tot genetische manipulatie. Kippen in legbatterijen krijgen via elektrische lichtimpulsen de indruk dat de dag twaalf uur duurt. Het gevolg is dat ze een dubbel aantal eieren leggen en vlugger uitgeput zijn. Nu zoeken we naar kippen die we zonder pluimen kunnen kweken wat ons het plukken zou besparen. Simultaan moeten we vaststellen dat kippen steeds vlugger ziek worden en ook nog resistentie hebben opgebouwd tegen antibiotica. Zoals Lodewijk van Deijssel ons leert in zijn Encyclopedie van de Domheid: elke nieuwe oplossing brengt ook een nieuw probleem mee, of zoals de grootste Nederlandse filosoof van het volle leven het stelde: 'Elk nadeel heb zijn voordeel.'

Gulzigheid en ongeduld zijn kenmerken van deze tijd. We want it and we want it now. Wij willen een snelle, liefst onmiddellijke bevrediging van onze zinnen. Het ongeduld is nog nooit zo groot geweest. We hebben haast, ongelooflijke haast. We praten over slow food en slow journalism maar we worden ziek van fast food en snelle hapklare informatiebrokken.

2.
In de Middeleeuwen wordt de hoogmis van de meester-leerling-relatie gevierd. Tot vandaag nemen de maçonnieke loges deze beeldspraak over. Een ambacht kun je alleen leren door te oefenen; oefening baart kunst; al doende leert men; je krijgt métier; je wordt virtuoos in een bepaald domein. De meester geeft zijn kennis en kunnen door aan de leerling. De kathedraalbouwers reisden om hun kunnen te verkopen. Zij leerden tijdens hun reizen ook nieuwe materialen en technieken kennen, zij ontmoetten andere meesters. Het uitwisselen van kennis en kunde is een van de oudste en gekendste wegen naar wijsheid: alle filosofen en wetenschappers hebben gereisd, evenals bijna alle kunstenaars. Het koloniaal verhaal van batik is hoogst merkwaardig. Nederlanders vervoerden slaven niet enkel tussen Afrika en Amerika. Zij brengen ook Afrikanen naar Indonesië en later komen die terug naar Afrika met de kennis van batik. Kameroeners leerden batiken in ... Indonesië.

De belangrijkste reden om te reizen is, naast werk, altijd de ontdekking van het andere. Blijkbaar is die behoefte nu kleiner geworden. Vandaag lijkt de wereld uniformer, eenvormiger dan ooit. In Dubai, Hongkong, Amsterdam en Los Angeles vind je identieke shopping malls. Je kan er dezelfde merkartikelen kopen die op eenzelfde manier worden gepresenteerd en soms zelf geprijsd. Onze (zogenaamde) zoektocht naar originele producten en diensten is nog nooit zo groot geweest, terwijl het universele aanbod aan identieke producten constant blijft groeien.

3.
De politieke verwarring is vandaag groot. Tot de val van de Berlijnse Muur, het einde van de Koude Oorlog, hadden begrippen als links en rechts nog een vaststaande betekenis. Vandaag zie je dat Rusland ook na het communisme de vijand blijft. Of je nu Tsaar, Opperste Sovjet of Poetin bent, je wilt een groot, imperiaal Rusland. Ideologie is dood en vervangen door wild kapitalisme en wild nationalisme dat verschillende oorsprongen kent. Het Chinees communistisch kapitalisme, het Russisch neo-kapitalisme van de nieuwe rijken, of het traditioneel westers kapitalisme zijn variaties op eenzelfde thema: vraatzucht. Dat Europa stilaan het zwakke continent wordt zou op termijn een probleem kunnen zijn. Wij beweren hier dat wij kennis exporteren maar deze kenniseconomie is steeds moeilijker te definiëren en te beschermen. De snelheid waarmee kennis vandaag wordt overgedragen door de nieuwe technologieën zorgt ervoor dat onze historische voorsprong steeds kleiner wordt. Nog nooit is het kapitalisme zo ‘wild' geweest. De Olympische Winterspelen worden op een plaats zonder sneeuw ingericht en het WK voetbal is gezwicht voor de oliedollars en zal ons in 2018 beelden brengen uit de woestijn van Qatar waar bij vijftig graden gevoetbald zal worden. Sportmanifestaties ondervinden, net als culturele manifestaties, steeds meer druk van de media, vooral van televisie, die zelf worden opgejaagd door hun adverteerders. Straks zullen we spreken van de tele-olympische spelen. Het publiek is de kijker, daarvoor doet de sponsor-adverteerder het. In de stadions zit een soort figurant van een steeds groter sportspektakel.

Politieke verschillen zijn minder duidelijk geworden. Wij hebben een globale wereld gecreëerd waar alles voor iedereen te koop is (mits men over de nodige koopkracht beschikt). Anderzijds groeit nationalisme als een smallere basis waarop burgers zich uit angst terugplooien. Op de dag dat ontwerpers zullen ontwerpen voor gebruikers en niet meer voor verbruikers zal de wereld beter, schoner en harmonischer worden.

4.
In alle sectoren wordt vandaag over ‘rendabiliteit' gesproken. Hoe rendabel een ziekenhuis, een opvangcentrum, een drugskliniek of een hondenasiel is lijkt mij niet zo eenvoudig te becijferen. Sommige rendementen kun je immers niet in centen of procenten uitdrukken, die zijn van een andere orde. Rendement is ook een waarde. Sociologen en statistici moeten begrijpen dat niet alle fenomenen in schalen of cijfers te vatten zijn. Een paar komieken schrijven wel pseudowetenschap waarin ons geluk wordt gemeten en vergeleken met dat van anderen. Een gevaarlijk precedent. Toen een hoogleraar uit Utrecht mij vertelde dat men op de universiteit nog enkel praat over ‘rendement', vroeg ik wat de academische overheid daarmee bedoelt. Het was eenvoudig. Honderd procent rendement betekent dat van de honderd studenten die instromen er vijf jaar later ook honderd met een diploma in de hand uitstromen. Dit resultaat wordt helaas bereikt, voegde hij er aan toe, door de universitaire lat steeds lager te leggen. Vroeger betekende democratisering van het onderwijs dat iedereen moest kunnen studeren, vandaag in de prestatiemaatschappij waar alles wordt gemeten en geteld en alle resultaten als waarheid en werkelijkheid worden gepubliceerd, betekent dit dat iedereen recht heeft ... op een diploma. Hoe rendabel is deze steeds grotere focus op rendement? Vandaag leggen we de weg steeds sneller af. We sprinten naar de eindstreep maar we herinneren ons weinig of niets van de afgelegde weg – terwijl het proces ons altijd meer leert dan het resultaat.

5.
Vandaag is iedereen op zoek naar goedkope arbeidskrachten. De golfstaten voeren goedkope arbeid in uit Azië, in Rusland werken burgers uit de voormalige Sovjetrepublieken voor hongerlonen. Oekraïners zijn conciërges in Moskou en Armeniërs zijn de timmerlieden en de nog minder rijken vullen de rekken in supermarkten en maken schoon. Net als in Brussel waar op bouwwerven een Babylonische of Brusselse taalverwarring heerst als Moldaviërs, Bulgaren, Roemenen, Braziliaanse Portugezen en een verloren gelopen Belg elkaar proberen te begrijpen. De ultraliberale arbeidsregelgeving heeft een asociaal Europa doen ontstaan. Zoals de bouwsector in de VS jaren gevoed werd door Latijns-Amerika doet zich nu hetzelfde voor in Europa. De kathedraalbouwer van vroeger is vervangen door een goedkope migrant die weinig of geen eisen stelt. Kwaliteit is niet meer de norm in de bouw maar prijs wordt het enige criterium ... ook voor arbeid: zelfs op deskundige ingrepen wordt steeds minder nauw gekeken. De arbeid wordt minimaal vergoed en de handelaar in die arbeid – vroeger ook wel koppelbaas genoemd – is de winnaar van deze ultraliberale transactie.

Deze wanpraktijken zie ik ook buiten de bouwsector opduiken. In de diplomatie wordt bespaard, in de journalistiek ook, architecten, designers, dokters en vele andere jonge collega's worden te werk gesteld in statuten die vallen onder het magische woord: stage, trainee, internship. Een stage zou een waardige en wijze hedendaagse opvolger kunnen zijn van de oude leerling-meester-relatie, maar helaas komt misbruik steeds vaker voor. Tegenwoordig willen instellingen graag stagiaires in dienst nemen maar wordt vergeten dat er ook tijd nodig is van een meester om de leerling een leerling te laten zijn.

6.
In Europa wordt nagedacht over het statuut van de kunstenaar en de beoefenaars van creatieve beroepen. Het liefst van al zouden wij deze moeilijk te definiëren groep in de categorie ‘zelfstandigen' stoppen, ‘self-employed'. Dit komt de werkgevers, vermomd als opdrachtgevers, goed uit. Zij betalen voor de arbeid, liefst nog voor het resultaat, en de leverancier zorgt voor alles.

Vermits er moeilijk eenduidigheid kan gevonden worden in creatieve of culturele beroepen kunnen we zeggen dat een werknemer uit de cultuur weinig beschermd is. Dit heeft als direct gevolg dat hij of zij weinig rechten opbouwt en dus vroeg of laat geconfronteerd zal worden met een precaire situatie.

In Vlaanderen en Nederland hebben kunstenaars een betere bescherming dan in vele andere Europese landen. Het zou echter mooi zijn als de EU het voortouw neemt om kunstenaars op een voorbeeldige manier te beschermen. Dat Europa het centrum is van Kennis, gelooft straks niemand meer. Dat Europa het centrum is van de Kunst, dat zal evidenter zijn, dat kunnen wij met onze geschiedenis nog enige tijd aan de wereld vertellen.

Waarom geven we kunstenaars geen bijzonder statuut? Mensen die beslissen kunstenaar te worden kiezen voor een riskant beroep. Wij hebben hun creativiteit nodig - hun vrije denken en handelen leidt tot innovatie. Waarom betrekken we kunstenaars, auteurs en filosofen niet nauwer bij de beslissingen van grote bedrijven? En bij de politiek? Als er één sector is waar de verbeelding niet (meer) aan de macht is, is het overduidelijk de politiek.

7.
De stagiair architect-ingenieur die vandaag verantwoordelijk is voor de bouw van een middelgroot gebouw in Brussel verdient de helft van de Bulgaarse of Roemeense bouwvakker op de werf, die trouwens ook onderbetaald wordt. Ik noemde ooit het bankwezen als boutade ‘zeer goed georganiseerde misdaad' maar de bouwsector maakt het soms ook heel bont. Als een werf vandaag in Brussel geleid wordt door een pas afgestudeerde architect met een stagecontract staat zijn vergoeding niet in verhouding tot zijn verantwoordelijkheid. Als hij onder leiding en toezicht werkt dan zou hij eigenlijk in loondienst van het bouwbedrijf moeten werken maar die zien hem veel liever als ‘zelfstandige' of ‘schijnzelfstandige' want dat is goedkoper. Het Asociaal Europa heeft hier aan bijgedragen. De Roemeense collega-bouwvakker van de Belgische architect is ook een ‘schijnzelfstandige' die via een Roemeens contract zijn diensten aan een Belgisch bouwbedrijf verhuurt.

Op ontwerpbureaus gebeurt hetzelfde. Afgestudeerde productontwikkelaars of designers werken als zelfstandigen, factureren een uurloon (dat in het beste geval eerlijk of normaal is) maar hun sociale bescherming is praktisch onbestaand en hun verzekeringspakket veel complexer en duurder dan dat van een collega die in een dienstverband kan werken, bijvoorbeeld in de auto-industrie.

Het asociale is trouwens nog alomtegenwoordiger in de ontwerpwereld. Een idee is niet te beschermen en een ontwerp blijft voor een ‘kleine zelfstandige' heel moeilijk te beschermen. De jonge dikwijls onervaren ontwerper moet onderhandelen met een bedrijf dat zich laat assisteren en adviseren door een goed uitgebouwde juridische dienst. Daarbij komt dat de jonge ontwerper de job absoluut nodig heeft en dat het bedrijf hem te verstaan geeft dat er nog honderd andere kandidaten de job willen uitvoeren.

Het verhaal uit de wereld van de ontwerpers dat mij het meest choqueerde was dat van LEGO – inmiddels twintig jaar oud. Jonge ontwerpers uit de ganse wereld werden uitgenodigd door LEGO om ontwerpen naar het hoofdkwartier in Denemarken te faxen. Als het ontwerp hen aanstond kreeg de ontwerper een standaard contract (te nemen of te laten). Nooit werden ontwikkelingskosten betaald, nooit werd er rekening gehouden met de tijd die de ontwerper nodig had om tot een idee of een concept te komen. Royaltycontracten zijn een juiste vorm om ontwerpers te belonen voor het resultaat van hun creatie maar daarnaast moet ook de ontwikkelingstijd vergoed kunnen worden. Als er één sector is waar wereldwijd nog heel constructief pionierswerk kan worden verricht op syndicaal niveau, is het de ontwerpsector.

8.
Hoeveel kunstenaars, ontwerpers en andere creatievelingen kunnen we ‘verdragen', kan een maatschappij, een land of een stad zich veroorloven? Dit is een vraag die u misschien grof of brutaal vindt maar ze is wel gesteld vanuit een bezorgdheid. Ik durf te zeggen dat vandaag in architectenbureaus, in de mode en in toegepaste kunsten jonge mensen onderbetaald worden omdat er te veel zijn die hun plaats onmiddellijk willen innemen. Dit geldt ook in de media. Enkele jaren geleden was er een congres in Antwerpen waarop jonge journalisten (onder de dertig jaar) uit twaalf Europese landen samenkwamen. Zij stelden vast dat ze in verhouding tot andere beroepsgroepen erg slecht behandeld werden en erg slecht beloond voor hun activiteit. Dit deed mij nadenken over de mogelijkheid om een bepaalde schaarste te creëren die zou moeten leiden tot meer respect en uiteindelijk een betere beloning.

Om respect te genereren voor de jonge mensen die voor creatieve beroepen hebben gekozen zullen wij samen met de werknemers en de opdrachtgevers over duidelijkere arbeidsvoorwaarden moeten onderhandelen.

Voor beeldende kunstenaars ligt deze kwestie nog moeilijker maar ook hier denk ik dat er vandaag te veel mensen worden opgeleid om kunstenaar te worden. Er zijn trouwens meer categorieën waar te veel mensen worden opgeleid maar dat is een ander debat dat we vandaag niet kunnen voeren.

9.
Leve de kleinschaligheid. Ik wil kort maar krachtig pleiten voor meer kleinschaligheid om Creativiteit en Kunst, Ontwerper en Kunstenaar te beschermen. Laat de uitwisseling van kennis globaal zijn, laten we onze bevindingen en ontdekkingen met de wereld delen. Maar laten we er ook voor zorgen dat het atelier en de studio, de repetitieruimte en de montagestudio van de kunstenaar, de theatermaker, de ontwerper, de journalist, de fotograaf en de documentairemaker geen onderdeel worden van een grote commerciële en industriële machine.

Ik stel voor dat elke stad die zichzelf respecteert minstens één hectare (tienduizend vierkante meter) in haar centrum reserveert voor kleine ambachtelijke initiatieven. Ik zie kleinschaligheid als een van de reddingsboeien voor creativiteit. Modeontwerpers kunnen in kleine boetieks hun prototypes en eerste series tonen, ambachtelijke foodprocessors ontwikkelen nieuwe smaken en kleine uitgevers verzorgen opnieuw unieke edities van boeken.

Vandaag zorgt de citytrip voor belangrijke inkomsten in steden die klassieke tewerkstelling hebben verloren. City marketing is een veel gehoorde en misbruikte term. Als wij straks nog naar Amsterdam, Londen, Parijs en Praag willen gaan dan moeten we er wel voor zorgen dat die steden zich van elkaar blijven onderscheiden. Shoppen is de grootste vrijetijdsbesteding van deze tijd. Maar wat betekent fun shopping voor de rijke dame uit Dubai als ze in de locale winkelpaleizen, op de luchthavens bij vertrek en bij aankomst en in de stad van bestemming van haar citytrip ... dezelfde H&M, McDonald's, ZARA, Gucci en KFC vindt? Als ze overal op de wereld een pannenkoek met Nutella ziet volsmeren, en als overal Starbucks haar een te dure slechte koffie verkoopt?

Het gevaar geldt ook voor culturele marketing, als het Stedelijk Museum, Tate Modern, Centre Pompidou en Reina Sofia straks gaan samenwerken en tentoonstellingen gaan uitwisselen. Op dat ogenblik riskeert de Japanner hetzelfde aanbod te krijgen in januari in Amsterdam als in september in New York.

Onze mobiliteit wordt steeds groter. Wij kunnen de Chinezen niet ontvangen die vandaag willen reizen en het zich ook nog kunnen veroorloven. Maar ik kan me niet voorstellen dat steeds slimmere consumenten op termijn geen vragen naar ontdekkingen gaan stellen. De kunstenaar en de ontwerper produceren vitamines tegen de saaiheid van het bestaan. Zij leveren niet enkel vermaak als wij verwend of geamuseerd wensen te worden – zij leveren ook troost als wij een dip kennen en straks 120 jaar oud worden. Kunstenaars leveren in de eerste plaats reflectie en verwondering – essentieel om te kunnen blijven bewonderen.

10.
Wat is de plaats, de rol van de kunstenaar morgen? Was het vroeger beter? Creatieve beroepen hebben altijd bestaan. Ook in het oude Athene en Rome waren specialisten bezig met het amuseren van de vrije burgers. Als mensen enige rijkdom en vrijheid verwerven en tijd hebben die niet moet worden ingevuld met werk, dan ontstaat ook kunst. Theater, muziek en sport leidden tot de eerste grote manifestaties. Als er even geen oorlog was bracht sport een vreedzaam alternatief, een rustige afvoer van het teveel aan testosteron. Maar het oude Rome kende ook haar excessen met Nero die wel hield van bloedige taferelen.

De rol van kunstenaars en creatieve beroepsbeoefenaars was misschien nog het duidelijkst in de Katholieke Kerk (en ook in andere religies). Kunstenaars werden steeds ingezet om muziek te componeren, wervende symbolische teksten te schrijven (zoals de Bijbel zelf), die we vandaag reclameteksten zouden noemen. De kerken en kathedralen werden zo ontworpen dat de mensen ontzag kregen voor die instituten die zich de vertegenwoordiging van het Hiernamaals hadden toegeëigend.

Naast de toepassing, het instrumenteel gebruik van kunsten om hun doel te bereiken moeten wij ook zeggen dat de Kerk een grote drager werd van cultuur en misschien wel de grootste verzamelaar en beschermer van het kunstpatrimonium.

Waar ik ten slotte veel moed uit put voor onze tijd is het feit dat In Andalusië gedurende zeshonderd jaar islamieten, christenen en joden hebben samengewoond. Cultuur stond toen centraal in het bestuur. Kunstenaars, filosofen, dichters en wetenschappers waren toen de raadgevers van de vorsten.

Vandaag staat economie centraal. Politieke leiders krijgen (in het beste geval) raad van economen. Maar militaire strategen schrijven mee aan de plannen waarin het algemeen belang steeds grilligere vormen aanneemt.

Meer dan ooit hebben kunstenaars en creatieve denkers een belangrijke rol. Zij moeten de wereldleiders erop wijzen dat een oude waarde als solidariteit nog nooit zo belangrijk was. Staten willen vechten voor hun onafhankelijkheid, regio's willen diezelfde onafhankelijkheid verwerven, maar nog nooit waren mensen en staten zo afhankelijk van elkaar. Onze economie wil globaal zijn maar onze ecologie is dat de facto van nature. Als politici de wijsheid van de wetenschap en de schoonheid van de kunst willen begrijpen, zijn oplossingen mogelijk. Het empathisch vermogen moet ook op globaal vlak ontwikkeld worden. Wij zullen samen deze planeet mooi en leefbaar maken – of we zullen haar in verdeeldheid kapot maken.

Kunstenaars zijn nog nooit zo noodzakelijk geweest. Zij zijn samen met wetenschappers het empathisch geweten van de mensheid, de notarissen van de beschaving.

Dorian van der Brempt
Brakke Grond, Amsterdam, 7 april 2014

 

Gerelateerd

Archief

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Volg onze RSS feeds of abonneer je op onze seizoensbrochure.