De Pont in Tilburg

Geschreven door Julie Reniers op 10 juni 2014


deBuren stuurde twee jonge schrijfsters naar interessante musea over de grens. Hun opdracht? Vertel ons waarom je dit museum wel of niet moet bezoeken.
Emy Koopman ging naar Vlaanderen, Julie Reniers bezocht Nederland.
Lees meer »


Iets nieuws, iets anders

Lang geleden in een land niet zo heel ver hier vandaan leefde er een meisje, een meisje met een bijzonder talent. Haar naam was Helena, en Helena's ouders woonden met een heel nest kinderen in een bouwvallig huisje benedenwinds van de fabriek, en zoals dat gaat in dit soort verhalen, was zij de jongste. Elke ochtend trokken haar vader, moeder, haar oudere zussen en haar grote broer onder de rookpluimen die hun tegemoet kwamen naar de fabriek, de wolindustrie waar ze verse schapenvacht wasten, spoelden, verfden, sponnen.

Museum voor hedendaagse kunst De Pont ligt in Tilburg, en is een grandioos omgebouwde wolspinnerij. De enorme fabriekshal biedt ruimte aan een hele resem uiteenlopende kunstwerken – van sculpturen en schilderijen over readymades tot installaties en videowerk. De kleinere ruimtes in baksteen, de gangen en de ‘wolhokken', kleine kamertjes met natuurhouten vloer aan de zijkant van de grote hal, geven de mogelijkheid de werken die daar getoond worden op een zachtere, persoonlijkere manier te ervaren. Het museum houdt van korte exposities – een maand, anderhalve maand, twee maanden, hup, weg, iets nieuws, iets anders. Meer kansen voor meer kunstenaars, en bezoekers die vijf keer per jaar naar hetzelfde doch verschillend museum kunnen komen.

Maar dus. Helena. Geconcentreerde ammoniak bestond nog niet toen, lang geleden, en de wol moest gewassen worden met het verdunde natuurlijke spul: urine. De fabrieksbazen van de wolstad betaalden al gauw een halve stuiver voor een emmer van het goedje, een mooi zakcentje in die tijden vóór vakbonden en sociaal vangnet. Met haar ouders ging half Tilburg 's morgens naar de textielfabriek, en droegen in kannen en kruiken, pannen en ketels, liters ochtendplas van zichzelf, van hun kinderen, opa's, grootmoeders, achterneven, aangetrouwde stiefzusters.

De kruikenzeikers van Tilburg werd eer bewezen met een standbeeldje op de Nieuwlandstraat. Ontworpen door Henk Smulders, die ook verantwoordelijk is voor een groot deel van de figuren in het sprookjesbos van de Efteling een tiental kilometers verderop.

Stop, focus, niet afwijken – Helena. Helena met het donkerbruine haar, splitsend aan de punten, Helena met de melkwitte huid, de smalle heupen, de kromme tenen, bijtend op haar onderlip, vochtige ogen en een dopneusje, Helena die eigenlijk niet zo bijzonder was. Tot de ochtend van haar vijftiende verjaardag, toen ze plichtsgetrouw plaatsnam op de plasemmer en een goudgele straal op de bodem liet klateren – en maar niet ophield. Tot aan de rand vulde ze hem, die klassieke tienliterbak, en haar vader holde in allerijl naar de buren om extra potten te halen.

Het museum werd geopend in 1988 met dank aan de nalatenschap van Jan de Pont, een succesvol jurist en zakenman die zich het lot van de kwijnende textielindustrie in de twintigste eeuw aantrok. De kunststichting die met zijn legaat aan de slag kon, bracht haar werking onder in de voormalige wolfabriek van Thomas de Beer.

Even leek het alsof voor het gezin een glorietijd aangebroken was. Helena's onuitputtelijke blaas verdriedubbelde hun inkomen, gaten in het dak konden gerepareerd worden, kamers bijgebouwd, nieuwe kleren gekocht, een tuintje aangelegd. Maar geheim kon het niet blijven, dit lucratieve talent, en al gauw werd Helena de meest begeerde bruid van de hele stad. Haar broer stierf in gevecht met een al te enthousiaste would-be echtgenoot, haar moeder gooide zich van verdriet in de rivier, haar zussen wilden niet in haar schaduw leven en verhuisden naar Breda, haar vader ging op een dag sigaretten kopen en kwam niet meer terug. De eenzame wees Helena sleepte de volgende dag zelf haar dagelijkse vijfenveertig liter naar de wolspinnerij. Ze rekende af met de inkoper, draaide zich om om terug te keren naar haar lege arbeidershuis, en toen gebeurde het – de Begroeting. Haar blik kruist die van de zoon van de fabrieksdirecteur, Bill Viola, een glimp van herkenning, uit een vorig leven misschien, de tijd staat stil. Vertraagd loopt ze op hem toe en negeert volstrekt de andere vrouw die naast hem staat, langzaam golven haar bruine haren in de wind die er niet is, hij strekt traag als het noodlot zijn armen naar haar uit, raakt haar aan, zijn sjaal waait als onder water rond haar middel. In de ogen van de andere vrouw speelt zich een stil drama af. Wanneer Bill iets in Helena's oor fluistert, verstrakt de ander helemaal, nu staat het onherroepelijk vast, in de ene of in de andere richting – hij gaat haar nog lang en gelukkig laten leven, of zij eindigt verguisd door allen aan het kruis.

Nee, wacht – Helena is helemaal geen brunette maar eerder een vaag blondje, peper met zout. En stop, we vergissen ons – haar broer bleef leven, ze heeft nooit zussen gehad, waarom zou haar vader haar verlaten? Hou op, rewind, Helena leefde helemaal niet lang geleden, of misschien wel maar ook nu leeft ze nog, ze is 367 jaar oud en wandelde zonet het museum binnen. Hoe dan ook, in geen van beide gevallen hoeft ze gered te worden door een prins. Met zekere tred loopt ze langs de tijdelijke vazencollectie, laat ze zich in de wolhokken ontroeren door de schijnbare willekeur van de honderden polaroids van DiCorcia, verdwijnt in de mystieke bijenwasraat van Wolfgang Laib, vindt haar spiegelbeeld vervormd en verdraaid terug in de beelden van Anish Kapoor.

Ze wordt vermaand wanneer ze een slok uit haar flesje water neemt, ‘niet drinken in het museum!', en overweegt ostentatief een kauwgom in haar mond te steken, die tergend traag en luid smakkend te vermalen tussen haar tanden en ‘m dan, bliksemsnel, vanuit haar mond op de krukken van Ai Weiwei te mikken. Naast aluminium wc's leest ze een bordje met Undertow erop en blijft kijken, schrikt als er plots iemand uitkomt – de titel hoort bij een werk verderop. Nee, nee, stop, stil! Helena is er eigenlijk helemaal niet, niet nu en nooit niet, zelfs haar naam bestaat niet, we hebben niets meer om over te spreken.

In de eerste bakstenen ruimte links van de ingang staat Steel Woman van Thomas Schütte. In de buurt hangt een uitleg over de hedendaagse kunstenaar die zich terugtrekt uit het openbare leven, de onmogelijkheid een werk te scheppen dat voor iedereen een wezenlijke en begrijpelijke betekenis heeft. Het beeld, de vrouw, heeft het hoofd gebogen tussen haar geopende opgetrokken knieën en naar haar kruis gebracht. Haar bovenlijf en achterwerk zijn tegen de grond gedrukt, haar lange armen houdt ze uitgestrekt tussen de knieën ver achter zich. Je vraagt je af of dit fysiek mogelijk is, je schouders rollen, je spieren jeuken.

 

 

Julie Reniers (1987) woont, werkt en schrijft meestal in Brussel. Ervoor deed ze dat in Gent, Olomouc en Tbilisi. In 2012 resideerde ze op uitnodiging van deBuren en de Stichting Biermans-Lapôtre in Parijs. Het resultaat hiervan is het kortverhaal Noachs Ark dat verscheen op hard//hoofd en deburen.eu. 

 

 

 

!!! WIN !!!

deBuren mag 10 duotickets voor De Pont en 10 catalogi cadeau geven!
Mail voor 20 juni 2014 'De Pont' naar info@deburen.eu en maak kans op twee gratis tickets en een tegoedbon voor een catalogus. Vermeld in uw bericht duidelijk uw naam en adres.

 

De Pont, Wilhelminapark 1, 5041 EA Tilburg
www.depont.nl

 

Gerelateerd

Archief

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Volg onze RSS feeds of abonneer je op onze seizoensbrochure.