Betreden op eigen risico

Geschreven door Nicolas Van Puymbroeck op 2 september 2013

Vanwege de heropening van deBuren geeft Nicolas Van Puymbroeck (1986) ons goede raad. Zoals een jonge wetenschapper betaamt, vraagt hij zich eerst af wat goede raad is en welke gevaren er aan het geven ervan verbonden zijn. Zijn advies is opgenomen in de bundel Goede Raad die we woensdagmiddag presenteren.

Of het nu op vraag is of op eigen initiatief, het geven van goede raad is een riskante aangelegenheid die makkelijk kan uitmonden in conflict. Vaak vat men goede raad namelijk op als persoonlijke kritiek of men voelt zich verongelijkt wanneer de ander niet wil luisteren. Vandaar dat ik niet onbedachtzaam zomaar goede raad wil geven; ik verken liever eerst wat de oorsprong van deze gevoeligheid is. Dit is geen spitsvondige manier om mijn verantwoordelijkheid te ontlopen. Integendeel, ik wil daarmee beargumenteren dat inzicht in wat goede raad is, essentieel kan zijn voor de werking van deBuren. Dan toch goede raad, maar wel via een omweg.

Dus eerst, wat is goede raad? Bij het geven en krijgen van goede raad wordt in essentie informatie uitgewisseld. Toch gaat het niet om een gewone conversatie. Je geeft goede raad namelijk niet zomaar aan iedereen en het is ook niet zo vrijblijvend als een gewoon gesprek. Goede raad draait daarentegen rond een intieme relatie die gebaseerd is op vertrouwen, oprechtheid en bereidwilligheid. Om succesvol te zijn, moet deze relatie dan ook in principe uitgaan van een fundamentele gelijkheid.

Joseph Jacotot, een Frans onderwijzer die in Leuven werkte, maakte dit besef al in de achttiende eeuw tot basis van zijn pedagogie van het universeel onderwijs. Hij herdacht het maatschappelijk instituut van de school: van plaats van dressuur naar plaats waar aanmoediging en goede raad heersen. Een van zijn centrale uitgangspunten was de vooronderstelling dat iedereen in gelijke mate intelligent is en dus mits aanmoediging zichzelf kan onderwijzen.

Joseph Jacotot

Maar wat is daar nu zo gevoelig aan? Wel, wie uitgaat van de vooronderstelling van gelijkheid stelt zich automatisch ook zeer kwetsbaar op. Diegene die raad geeft, kan daar namelijk misbruik van maken door het toch zogezegd beter te weten. Hiermee wordt de vrijheid van de andere persoon tenietgedaan. Zichzelf immuun opstellen voor goede raad en de eigen beperkingen niet willen erkennen, is echter evenzeer een machtsgreep die de andere niet erkent als gelijke. Dat goede raad vaak uitmondt in conflict heeft dus te maken met deze kwetsbare wisselwerking tussen de bereidwilligheid om effectief te luisteren en de uiteindelijke terughoudendheid van ieder advies.

En deBuren dan? Net omwille van de kwetsbaarheid van goede raad, moeten er plaatsen zijn, zoals Jacotots school, waar ontmoeting een minder riskante aangelegenheid vormt. Conflicten kunnen voorkomen worden op vertrouwde plaatsen waar men niet bang hoeft te zijn om gezichtsverlies te leiden. deBuren kan als Huis onderdak blijven geven aan die kwetsbare ontmoetingen. Niet als praatbarak waar mensen binnen- en buitenwandelen, maar wel als vrijplaats waar mensen een langdurig engagement opbouwen met elkaar.

Om dit te realiseren zijn tenminste twee voorwaarden belangrijk. Ten eerste moet de gelijkheid van iedereen effectief als vooronderstelling fungeren. Dit betekent dat zogenaamde eminente figuren van het podium gehaald moeten worden en zich in een egalitaire positie onder het publiek bewegen. Andersom impliceert het dat gewone mensen ook eminent moeten kunnen zijn en dus ook een podium verdienen. Dit vereist dat heel uiteenlopende doelgroepen aangetrokken worden en dat zij zonder taboes mee de programmatie moeten kunnen bepalen. Ten tweede mag een vrijplaats zich niet isoleren, alsof het een laatste toevluchtsoord betreft. Veeleer is een vrijplaats een kruispunt dat input van de dagelijkse realiteit ontvangt, en er ook zichtbaar iets aan teruggeeft. Vanuit deBuren mogen dan ook duidelijk signalen vertrekken over maatschappelijke thema's die onder haar dak besproken worden. deBuren hoeft zich niet op te sluiten in terughoudendheid, maar moet de kwetsbare relatie met het bredere publiek aangaan.

Dat deBuren bij haar heropening alvast goede raad vraagt van mensen met wie ze in het verleden heeft samengewerkt, boezemt vertrouwen in dat aan deze voorwaarden voldaan zal blijven. Het toont dat deBuren zich blijvend openstelt voor input en langetermijnwerking en wel juist via de omweg van de goede raad van het publiek. Deelnemen aan deBuren doe je uiteindelijk op eigen risico, maar wie zich openstelt, krijgt er wel heel veel voor terug.

 

 

 

 

Nicolas Van Puymbroeck (1986) maakt een doctoraat over stedelijk burgerschap aan de Universiteit Antwerpen. Hij denkt met een glimlach terug aan zijn deelname aan deBuren univerCity (2010-2011), een project dat uitblonk omwille van het laagdrempelige maar toch geestverruimende karakter.