Afbraak in aanbouw

Geschreven door Bernke Klein Zandvoort op 25 maart 2014

Bernke Klein Zandvoort © Marianne HommersomIn M-Museum Leuven opende zopas de tentoonstelling Ravage. Kunst en cultuur in tijden van conflict. In ons gezamenlijk programma Kijk. Boek. Kunst blikte de Nederlandse dichter Bernke Klein Zandvoort al vooruit op deze presentatie en ging op eigen wijze dieper in op de thematiek.

deBuren mag 5 duotickets cadeau geven voor de expo. Mail 'Ravage' tot 1 april naar info@deburen.eu . De tentoonstelling loopt nog tot 1 september 2014.

 

Afbraak in aanbouw, door Bernke Klein Zandvoort


Toen mij gevraagd werd op de tentoonstelling 'Ravage: kunst & cultuur in tijden van conflict' vooruit te blikken, besefte ik dat ik met dit onderwerp in mijn leven nog maar bijzonder weinig te maken heb gehad. Ik heb daarom mijn blik op het onderwerp onderzocht en daarvan een eigen tentoonstelling gemaakt die bestaat uit acht afbeeldingen en onderschriften.


1

Foto 2014, slaapkamer met daarin twee prenten uit 1815

Boven mijn opa's bed hangen twee prenten van een kerktoren die in brand staat. Het is twee keer dezelfde toren, die van de Onze Lieve Vrouwebasiliek in Zwolle, maar vanuit een andere hoek bezien. De vlammen slaan dus ook een andere kant uit. Ik heb me er altijd over verbaasd waarom hij dit moment van verval, in plaats van iets lieflijks als 'zomers zicht op basiliek' heeft willen ophangen.

De brand vond plaats in 1815, is 'zomaar' ontstaan en zou de top volledig vernietigen. Op de ene prent zijn aan de voet van de toren mensen in rep en roer. Op de andere bezie ik de brand van een afstandje op de Grote Markt. Stilstand overheerst. Een vader wijst zijn kind omhoog te kijken, werklui met emmers in hun handen kijken op en een groepje heren in lange jassen praat duidelijk over het voorval.

Dat het vuur niet opzettelijk veroorzaakt was, het gevolg van bijvoorbeeld een bombardement, maakte voor de impact niet uit. De brand werd op verschillende prenten vastgelegd, aan de gouverneur van de provincie cadeau gedaan en net als de brand van de universiteitsbibliotheek hier op ansichtkaarten rondgestuurd. Zo is de gebeurtenis in mijn opa's bloed en blik geslopen en hecht hij er twee eeuwen later waarde aan om er, samen met de mensen op het plein, naar te kijken.


2

Melvin Moti, 2004, beeld uit zijn werk No Show, foto en video over de Hermitage in Leningrad tijdens de Tweede Wereldoorlog

Uit voorzorg waren de schilderijen uit hun lijsten gehaald. De lijsten mochten blijven en deden hun werk, geroutineerd. De gids van het museum werd ook in dienst gehouden. Hij gaf zijn rondleidingen nu aan groepen Duitse soldaten. 'Wat u hier ziet ...' beginnen zijn verhalen, maar ook ‘de verfijnde vlechten van deze dame ...' en 'hier verraadt de kwast ...'

De woorden van de gids reisden van de lege panelen naar de hoofden van de soldaten, waar ze weerklank vonden in beelden die niet per se in de lijsten hoorden, laat staan erin pasten. Verschillende onbereikbare landschappen en fijngesponnen vlechten werden aangedaan en begonnen zich over de lege wanden en plafonds te verplaatsen. Dit alles terwijl buiten de muren van het museum de stad in een maandenlange omsingeling fijngeknepen werd.


3

Michael Rakowitz, beeld uit de installatie The invisible enemy should not exist, 2007
Met het terugtrekken uit Irak namen de Amerikanen 7000 kunstobjecten mee. Een deel hiervan, heeft Rakowitz opnieuw gemaakt met de verpakkingen van Irakese levensmiddelen. Werk van Rakowitz is ook in M te zien.

In 2003 bouwden de Amerikanen hun 'Camp Alpha' op Babylonische ruïnes. Hele stukken werden schoon geschraapt en vlak gemaakt om er landingsbanen voor helikopters van te maken en parkeerplaatsen voor vrachtverkeer. 2600 jaar oude straten werden vermorzeld, zevenduizend kunstobjecten meegenomen. In de installatie The invisible enemy should not exist (2007) maakte de kunstenaar Michael Rakowitz een deel van deze gestolen objecten na met de verpakkingen van Iraakse levensmiddelen.

Het was niet de eerste keer dat Babylon niet gewoon in haar ruïnes mocht blijven rusten. Vanaf het moment dat een groot deel ervan begin twintigste eeuw werd opgegraven door de Duitse archeoloog Koldewey, werd er ook gelijk aan getrokken. Het belangrijkste voorbeeld is misschien wel de Ishtar-poort, een van de stadspoorten die werd uitgegraven tegelijk met de processieweg die er naartoe en onderdoor liep. De hele poort werd opgetild en verscheept naar het Pergamon Museum in Berlijn, waar het vandaag een van de belangrijkste publiekstrekkers is. Van de 120 leeuwen die met glimmende stenen in de processieweg waren ingelegd, werden er 118 meegenomen en verdeeld over dertien musea in de wereld. Saddam Hoessein liet een reproductie van de poort bouwen, die nooit af kwam en vanaf 2003 stelselmatig weg werd geknibbeld door Amerikaanse soldaten die er – bij wijze van souvenir – graag een steen uit meenamen.


4
Afbeelding van een Vandaal, uit het boek De Vandalen van H. Schreiber, 1979

Dit is een vandaal. Hij maakt deel uit van het rondtrekkende Germaanse volk ‘de Vandalen', waar 'wandal' in klinkt, van wenden en wandelen.

De Vandalen raakten bekend als plunderaars van Rome, omdat ze door de Romeinen, die – in tegenstelling tot henzelf – alles grondig opschreven, als barbaarse vernielers opgetekend werden. Zo werd de blik voor de aankomende eeuwen vastgelegd en voorgoed verzegeld door een bisschop tijdens de vernielzuchtige Franse Revolutie, die, op zoek naar een passende beschrijving, terug zou grijpen naar de Vandalen, om zo het 'vandalisme' uit te vinden.

Overigens trekt historisch onderzoek de Vandaalse vernielzucht in twijfel. In Rome bleef in verhouding veel gespaard en de Vandalen zijn juist belangrijke voortzetters van de Romeinse cultuur gebleken.


5
Ai Wei-Wei, Dropping a Han dynasty urn, 1995

Gefotografeerde performance waarin Ai Weiwei moedwillig een tweeduizend jaar oude urn uit zijn handen laat vallen. Er worden verschillende statements in gelezen, over China dat met de huidige fabriekscultuur haar wortels uit het oog verliest en ons verloren respect voor ambachtelijkheid. Ook zou dit het kunstklimaat adresseren waarin Weiwei's foto's van de gebroken urn meer waard zijn dan de urn zelf.

Twee weken geleden kwam daar uit onverwachte hoek nog een nieuw statement bij, toen in een museum in Miami een van Weiwei's tentoongestelde urnen door een kunstenaar kapot werd gegooid. Zijn commentaar: 'Ze trekken er miljoenen voor uit om internationale kunstenaars hier te krijgen. Maar wij, lokale kunstenaars, geen van allen heeft hier ooit mogen exposeren.' Weiwei liet daarop nijdig weten dat hij de actie afkeurt.


6
Woman with eyes closed, Lucian Freud, 2002
Werd samen met 5 andere schilderijen in 2012 uit de Kunsthal in Rotterdam geroofd en hoogstwaarschijnlijk verbrand in een Roemeens dorpje, door de moeder van een van de verdachten.

Een Amerikaanse journalist had het geluk de geportretteerde te mogen ontmoeten en doet verslag.

'Het was een aimabele vrouw, ze bezat die ontwapenende Britse combinatie van charme en bescheidenheid. Ondanks dat ze ongeneeslijk ziek was, was ze net met haar verloofde getrouwd en die twee samen straalden iets uit wat door iedereen in hun omgeving werd opgemerkt.

Ik ontmoette haar bij de opening van de show, toen bijna al de andere gasten weg waren. Ze kwam op me af met haar camera. Of ik snel een foto wilde nemen van haar voor het portret. Ze fluisterde, was nerveus en vroeg zich af of we er toestemming voor moesten vragen. Ik zei: "Natuurlijk niet, er is niemand in de buurt en wat maakt het uit, het is een portret van jou, je hebt alle recht!"
Toen ik twee, misschien drie keer had geklikt, hoorden we voetstappen aankomen. Het was de directeur van het Tate. Hij liep recht aan ons voorbij, zijn blik naar een punt in de verte. Toen hij uit zicht was, lachten we als jolige schoolkinderen.'


7
Afbeelding van de Nasothek in het Glyptotek Museum in Kopenhagen, 2011

Nasothek hoort via het Deense bibliotek bij onze bibliotheek, alleen bestaat de collectie ervan uit neuzen. Lange tijd was het vanzelfsprekend om beschadigde Griekse en Romeinse beelden nieuwe neuzen te geven van marmer of gips. Maar in de twintigste eeuw begon die vanzelfsprekendheid te wankelen. Steeds meer musea doen nu aan de restauratie, waarbij de nadruk niet meer ligt op de volledigheid, maar op de authenticiteit van wat tentoongesteld wordt. Als resultaat zijn veel van de beelden weer neusloos. Het Glyptotek in Kopenhagen bedeelde de ontheemden een vitrine toe, waarmee de wisselende reactie op verval een plaats kreeg in de vaste collectie.


8
Ansichtkaart met de ruines van Babylon, 1913

Ik liep met een vriend door de Albert Heijn in Zaandam. Tussen de koeling voor melk en de koeling voor kaas stond hij ineens stil en zei: 'hier was mijn slaapkamer.' Onder het zuivel lag ooit zijn huis. Er was niets wat nu daaraan deed herinneren.

Omdat er in Azië geen tastbare sporen werden gevonden, werd er lange tijd gedacht dat de eerste mensen die daar woonden veel minder ontwikkeld waren dan hun soortgenoten op andere plekken. Geen scherf werd opgegraven, geen vuistbijl troffen ze aan. Pas laat realiseerden onderzoekers zich dat het materiaal dat daar toentertijd voorhanden was, zich niet leende voor communicatie. Bamboe verging gewoon na gebruik. En dus viel er een gat.

Door alle tijdlagen heen hebben mensen dingen gemaakt en die overblijfselen – ruïnes, voorwerpen, schilderijen – leggen een kruimelspoor naar achter. Bijna nooit zijn deze overblijfselen intact, en dus kan het spoor dat ook niet zijn. De gaten vullen we op met onze verbeelding. Zoals je hoofd de contouren van een herinnering naloopt en daarbij zelf de gaten invult, zo zijn het misschien juist de gaten, de afwezigheid van informatie, die onze kunstvoorwerpen leven inblazen.

Omdat zo'n kunstvoorwerp, vanaf het moment dat we het hebben gemaakt, op zichzelf bestaat, staat het op de tijdschaal. Net als wij vallen ze daardoor ten prooi aan natuurlijk verval, maar ook aan menselijke reacties. Toen ik las dat Freuds Woman with Eyes Closed hoogstwaarschijnlijk is verbrand, begon ik me in de rouw iets af te vragen. Iets waar ik het antwoord nog niet van ken. Ik begon me af te vragen of de missende scherven uit een opgediepte pot, niet op dezelfde manier bij het kunstwerk horen als de opgehoopte woede in de vuist die een hamer vasthoudt.

Ook dacht ik aan Giotto's fresco's in Padua, die de bezoeker tien minuten mag bekijken, en vroeg me af of die tien minuten, waar eerst een half uur acclimatisatie van temperatuur en vochtigheid aan vooraf gaan, of die tien minuten niet alsnog een act zijn van vandalisme.

En of de beschadiging van de heilige zuil in Santiago die zo vaak werd aangeraakt dat er een holte is ontstaan, of die beschadiging niet eigenlijk van toegevoegde waarde is.

Of we verval moeten bewaren.

Want als dat allemaal niet het geval zou zijn, dan zouden we onze kunstvoorwerpen nog preciezer met surveillerende laserstralen moeten omwikkelen, of beter nog, helemaal uit het leven weghalen, in depots stoppen, alle boekcollecties in beton gieten en gelijk ook deze tentoonstelling maar afblazen. Alles begraven en toedekken met een diepe laag klei, waarover wij ons dan dagelijks – gerustgesteld – zullen bewegen, en wie weet kunnen we dan toekomstige generaties heel blij maken met wat ze zullen vinden onder een fitnesscentrum of supermarkt.